Er is een voorzichtige trek van Randstedelingen naar andere delen van het land te zien, signaleren experts. Door de coronacrisis zijn mensen meer thuis en stellen ze andere eisen aan een woning. Ze willen een extra kamer of meer buitenruimte.

Al 25 jaar woonde Martin van Spanje in het centrum van Haarlem. Door een burn-out ergerde hij zich steeds meer aan de geluiden van de stad. De rolkoffers en scooters begonnen hem tegen te staan. En toen daar door de coronacrisis ook nog eens het geluid van klussende buren bij kwam, was hij er klaar mee: hij wilde de stad uit. "Ik wilde me kunnen afzonderen en rustig buiten kunnen zijn", zegt hij tegen NU.nl.

En dus ging hij rekenen. Zijn benedenwoning in Haarlem had hij al een poosje, en daar had hij ongeveer een ton overwaarde op. Op Funda zocht hij naar huizen die voor maximaal een ton te koop stonden. Omdat hij niet veel had met gebieden als Brabant en Limburg, richtte hij zich op Friesland, waar zijn moeder vandaan komt en waar hij als kind veel kwam.

Vrijstaand huis voor een ton

Al snel vond hij een vrijstaand huis op een terp in het Friese dorp Hallum, met minder dan drieduizend inwoners. Hij betaalde er 105 duizend euro voor en woont er nu ruim twee maanden. "Ik ben echt heel blij met de stap", zegt hij. "Het is heerlijk rustig hier."

Van Spanje voor zijn huis in Hallum. (Foto: eigen archief)

Van Spanje is niet de enige Randstedeling die naar Friesland verhuist, ziet makelaar Tycho Reimers van Makelaardij Friesland. "Het is echt bizar. Twee weken na het begin van de coronacrisis leek het alsof de Randstad plotseling Friesland ontdekt had. Voornamelijk in het duurdere segment, van huizen boven de 500.000 euro, is er heel veel interesse van mensen uit de Randstad", zegt hij.

Reimers ziet veel wat oudere mensen, die binnen een paar jaar met pensioen gaan. "Je merkt dat ze denken: we hoeven niet meer naar kantoor, waarom zitten we met z'n allen opgesloten in de Randstad?" Ze zoeken vaak naar vrijstaande huizen met veel open ruimte eromheen, met een mooi uitzicht over het weiland of het water, of bij het bos.

Meer eisen aan huis

Dat ziet Philip Bokeloh, econoom van het Economisch Bureau van ABN AMRO, ook. "Mensen vinden hun huis door de coronacrisis belangrijker. Ze zitten er meer en stellen er daarom andere eisen aan. Daarom zien we dat mensen meer gaan verbouwen, en als ik de cijfers van Funda mag geloven, zoeken mensen ook vaker naar een ander type woning."

Bokeloh doelt op cijfers over zoekgedrag van mensen die Funda vorige week naar buiten bracht. Uit een peiling bleek dat 12 procent van de respondenten door de coronacrisis overweegt om de stad in te ruilen voor een dorp. En als de situatie over een jaar niet veranderd is, overweegt nog eens 5 procent om de stad uit te gaan.

Randstedelingen drijven prijs op

Al die mensen die de stad uit willen, lijken ook een effect te hebben op de plaatselijke huizenmarkt. Makelaar Reimers ziet dat de prijzen in Friesland het afgelopen half jaar harder stegen. "Mensen uit de Randstad komen met hun overwaarde hiernaartoe en zijn gewend om te overbieden. Voor de verkoper is dat fijn, maar we merken dat huizen daardoor steeds vaker voor een Fries niet te betalen zijn."

Van Spanje heeft daar geen last van, hij zit voorlopig goed op zijn terp, al moet hij nog wel wennen aan zijn nieuwe omgeving. "Ik heb nu nog een soort vakantiegevoel, alles is leuk en mooi. Aan de andere kant mis ik mijn vrienden en denk ik soms: wat moet ik hier in godsnaam? Maar ik ben wel blij met mijn stap."