De Belgische economie is met 14,5 procent een stuk meer gekrompen dan de Nederlandse economie (9,5 procent) in het tweede kwartaal van 2020, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek maandag. Dat komt vooral door de strengere coronamaatregelen bij onze zuiderburen.

Vooral in de bouw is er een groot verschil in de economische krimp tussen de landen. De Nederlandse bouw kromp in het tweede kwartaal met 3,5 procent ten opzichte van vorig jaar. In België kromp deze sector met 15,7 procent.

Grootste verschil tussen de Nederlandse en Belgische coronamaatregelen is dat bij Belgische bouwbedrijven afstand houden in maart verplicht werd gesteld terwijl dat in Nederland een dringend advies werd. Belgische bouwbedrijven die geen afstand konden bewaren, moesten daardoor veel vaker hun deuren sluiten, terwijl de meeste Nederlandse bouwbedrijven open konden blijven.

Doordat Nederlandse bouwbedrijven open konden blijven, daalde de bouwproductie in Nederland nauwelijks, terwijl de Belgische bouwproductie in het tweede kwartaal met 40 procent omlaag ging. Vanaf mei mochten bouwbedrijven die geen afstand kon houden met een mondkapjesplicht weer open, waarna de Belgische bouwproductie zich herstelde.

In België moesten winkels dicht

Ook de omzet van de Belgische detailhandel daalde een stuk sterker dan de Nederlandse, mede doordat in België vanaf 17 maart alle niet-essentiële winkels dicht moesten. In Nederland konden deze winkels gewoon openblijven als ze voldoende maatregelen namen.

In april daalde de omzet van de Belgische detailhandel met 14 procent, terwijl Nederlandse detailwinkels slechts licht verlies leden. Nederlandse bouwmarkten boekten zelfs een recordomzet. De Belgische bouwmarkten bleven tot 18 april gesloten.