De cao-lonen zijn in het derde kwartaal van dit jaar gemiddeld 3 procent gestegen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Dat blijkt uit cijfers die statistiekbureau CBS donderdag heeft gepubliceerd. De uitbraak van COVID-19 lijkt vooralsnog weinig effect te hebben op de lonen.

De grootste stijging werd genoteerd in de industrie. Daar gingen de lonen met gemiddeld 4,1 procent omhoog. Dit kwam vooral doordat eerder afgesproken verhogingen in twee metaal-cao's van kracht werden in het voorbije kwartaal.

In de branches 'vervoer en opslag' en 'landbouw, bosbouw en visserij' waren de verhogingen het laagst, met respectievelijk een stijging van 1,5 en 1,7 procent.

Verschillen tussen overheid, bedrijfsleven en gesubsidieerde instellingen, zoals zorginstellingen en sociale werkplaatsen, waren er nauwelijks. In alle drie de sectoren was sprake van een gemiddelde stijging van ongeveer 3 procent in het derde kwartaal.

In het eerste en tweede kwartaal werden ook al verhogingen van de cao-lonen genoteerd, van respectievelijk 3 en 2,8 procent. Het CBS baseert zich uitsluitend op lonen waarover in een cao afspraken zijn gemaakt. Ongeveer acht van de tien werkenden vallen onder een cao.