Consumenten hebben in juli 6,2 procent minder uitgegeven vergeleken met juli vorig jaar. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag. De krimp is kleiner dan in de vier maanden daarvoor.

Opvallend is dat consumenten opnieuw minder uitgaven aan diensten, maar meer aan goederen. Aan zaken als een bezoek aan een restaurant, theater, pretpark, sportschool of het gebruik van het openbaar vervoer gaven ze 14,9 procent minder uit dan in juli vorig jaar.

Daarentegen hebben ze juist 9,8 procent meer besteed aan goederen. Mensen kochten vooral veel nieuwe meubels en andere spullen voor in huis, elektrische apparatuur en auto's. Ook lagen de uitgaven aan voeding en genotmiddelen met 1,8 procent iets hoger dan in juli vorig jaar.

De afgelopen jaren was er iedere maand een stijging van de consumentenuitgaven te zien, tot het begin van de coronacrisis. In april gaven consumenten 17 procent minder uit dan in dezelfde maand een jaar eerder. Sindsdien is die krimp iedere maand iets kleiner.

Uit de Consumptieradar van het CBS blijkt dat de omstandigheden voor consumptie nu minder ongunstig zijn dan in juli. Dat komt vooral doordat ondernemers in de industrie minder negatief zijn over de toekomst van het bedrijf waar ze werken en doordat consumenten zich minder zorgen maken over hun financiële situatie in het komende jaar.