Als gevolg van de uitbraak van COVID-19 gingen Nederlanders vanaf april amper nog met vakantie. In het kielzog daarvan daalden de uitgaven aan vakanties over de grens in het tweede kwartaal met 96 procent en aan die in eigen land met 51 procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag.

In de maanden april, mei en juni werd in totaal nog maar 600 miljoen euro aan vakanties uitgegeven, blijkt uit het Continu Vakantieonderzoek (CVO), waar het CBS zich op baseert. Een jaar eerder was dat nog 5,4 miljard euro, een daling van 88 procent.

De daling van het aantal Nederlanders dat op vakantie ging, zette parallel aan de verspreiding van het coronavirus al in maart in. In april was volgens het CBS sprake van een historisch dieptepunt van het aantal mensen dat de koffers pakte. "In april gingen minder dan 400.000 mensen op vakantie", aldus het CBS.

Dat waren 2,7 miljoen mensen, of 88 procent, minder dan in dezelfde maand een jaar eerder. In mei liep de daling terug tot nog altijd 77 procent minder op jaarbasis. "In juni was het verschil met 2019 met 55 procent of 2,8 miljoen vakantiegangers minder weer iets kleiner."

Vakanties in eigen land laten wel herstel zien

Waar Nederlanders direct na het uitbreken van de coronacrisis eigenlijk helemaal niet meer op vakantie gingen, trok het aantal vakanties in het binnenland relatief gezien snel aan.

"In juni was het aantal Nederlanders dat op vakantie ging in eigen land nog maar 19 procent lager dan het jaar daarvoor", aldus het CBS. "Voor vakanties naar het buitenland is er dan nog nauwelijks sprake van herstel; het aantal vakantiegangers is 87 procent lager dan in juni 2019."

De uitgaven aan vakantie in eigen land bleven relatief achter op het aantal vakantiegangers. De bestedingen lagen in juni met 306 miljoen euro nog altijd 30 procent lager dan een jaar eerder. Ook redelijk uniek: als gevolg van de coronacrisis lagen de uitgaven aan binnenlandse vakanties in het tweede kwartaal hoger dan die aan reizen naar het buitenland.

"Normaal gesproken zijn de uitgaven aan buitenlandse vakanties vier tot vijf keer zo hoog."