Het begrotingstekort van de Amerikaanse overheid is in de eerste elf maanden van dit jaar opgelopen tot 3 biljoen dollar (zo'n 2,5 biljoen euro) door de coronacrisis. Dat blijkt zaterdag uit cijfers van het Amerikaanse ministerie van Financiën. Het fiscale jaar van de regering in Washington loopt nog tot oktober, maar het begrotingstekort is binnen elf maanden al ruim verdubbeld ten opzichte van het vorige record.

Washington gaf in totaal zo'n 6 biljoen dollar uit, waarvan 2 biljoen aan coronasteunprogramma's. Een van die steunprogramma's was helikoptergeld: het direct uitdelen van geld aan burgers. Amerikanen kregen in het begin van de crisis cheques of een geldstorting die kon oplopen tot 1.500 dollar. Zo wilde Washington de economie stimuleren.

Aan de andere kant kwam er minder geld binnen via belastingen, mede door de oplopende werkloosheid. Washington wist zo'n 3 biljoen dollar aan belastinggeld te innen, waardoor het begrotingstekort opliep tot 3 biljoen.

De cijfers zijn ongekend: de vorige recordhoogte stamt uit 2009, op het hoogtepunt van de financiële crisis. Toen steeg het begrotingstekort 'slechts' met 1,4 biljoen dollar.