De pensioenpremies zullen komend jaar met zo’n 4 procent stijgen, verwacht ABN AMRO. De stijging is nodig om de dekking van de fondsen op peil te houden, schrijft de bank woensdag in een rapport. De kans is groot dat de stijging uiteindelijk ten koste gaat van loonsverhogingen óf van de opbouw van pensioenen.

Volgens ABN AMRO zijn er verschillende knoppen waar werkgevers en pensioenfondsen aan kunnen draaien. De pensioenpremie bestaat uit een werkgevers- en een werknemersdeel. Een optie zou kunnen zijn dat alleen het werkgeversdeel stijgt, maar dan houden bedrijven minder ruimte over voor eventuele loonsverhogingen. En als het werknemersdeel stijgt, leveren werknemers ook netto loon in.

Bedrijven zouden er ook voor kunnen kiezen om de werkgeverspremies en de lonen te laten stijgen ten koste van de winst van het bedrijf. ABN AMRO denkt dat de kans klein is dat bedrijven dit doen, omdat de positie van werknemers in Nederland over het algemeen niet zo sterk is dat bedrijven ervoor kiezen om de lonen flink te laten stijgen.

Twee andere mogelijkheden zijn het voorkomen van premiestijgingen - maar dat gaat ten koste van de opbouw van het pensioen, waardoor mensen in de toekomst minder uitgekeerd krijgen - of nu korten op pensioenuitkeringen.

Als de pensioenpremie inderdaad met 4 procent stijgt, betekent dat voor mensen met een modaal inkomen en gemiddeld premieniveau dat ze zo'n 22 euro aan netto loon inleveren.