Het Franse luxeconglomeraat LVMH, dat voluit Louis Vuitton Moët Hennessy heet, zet een streep door de miljardenovername van de Amerikaanse armbandenmaker Tiffany. LVMH zou 16 miljard dollar (13,6 miljard euro) betalen voor de luxeketen, maar ziet daar nu van af. De Fransen wijzen onder meer naar de Amerikaanse importheffingen op Franse producten als reden voor de ommezwaai. Tiffany is het niet eens met het besluit en stapt naar de rechter.

LVMH laat weten de deal niet op tijd af te kunnen ronden, omdat zowel de Franse overheid als Tiffany zelf zouden hebben gevraagd om de deadline voor de afronding van de overname uit te stellen. Zij willen de deadline verschuiven van 24 november naar eind december of zelfs volgend jaar vanwege de Amerikaanse importheffingen op Franse producten.

Louis Vuitton wil de deadline niet verder opschuiven en zegt zich te willen houden aan de deadline die is vastgesteld in het akkoord, waardoor de overname niet op tijd rond kan komen.

De stap heeft mogelijk te maken met de gevolgen van de coronacrisis. De miljardenaankoop was de grootste tot dusver voor LVMH. De luxeketen wilde de Amerikaanse juwelier nieuw leven inblazen met opgeknapte winkels en nieuwe collecties. De miljardendeal werd echter getekend voordat de wereld in de ban raakte van een pandemie, die de vraag naar luxegoederen flink raakt.

De Amerikanen hebben inmiddels laten weten naar de rechter te stappen, om ervoor te zorgen dat het Franse luxemerk het overnameplan doorzet. Tiffany beticht LVMH ervan niet om goedkeuring van de deal te vragen in enkele markten, waaronder de Europese Unie, waardoor een afronding van de overname sowieso al lastig zou worden.