Het kabinet trekt de komende vijf jaar 20 miljard euro uit voor kennisontwikkeling, infrastructuur, onderzoek en innovatie, maakte het maandag bekend. Via het Nationaal Groeifonds wordt het geld geïnvesteerd in eenmalige projecten die de Nederlandse economie in de komende twintig tot dertig jaar weerbaarder moet maken. Maar heeft zo'n fonds echt zin, en is dit wel genoeg geld?

Hoogleraar op het gebied van strategie en innovatie Henk Volberda is blij dat het fonds er komt. "Ik vind het best uitzonderlijk dat het kabinet dit ondanks de coronacrisis toch besloten heeft", zegt hij. "Het idee erachter is dat er veel opkomende technologieën zijn. Als je daar nu niet in investeert, mis je de boot."

Ook Alfred Kleinknecht, emeritus professor economie van innovatie, is enthousiast over de pot met geld. Hij denkt dat het geld de economie echt kan veranderen, "mits er goede projecten worden uitgekozen". "Het is heel goed om verder te kijken dan de waan van de dag en geld te investeren in zaken die nuttig zijn voor heel Nederland", aldus Kleinknecht.

Het kabinet roept een speciale commissie in het leven die geld toekent aan de projecten. Ieder project krijgt minimaal 30 miljoen euro en er is geen maximum. Het uiteindelijke succes van het Groeifonds moet leiden tot een hoger inkomen en meer kennis, het geld wordt niet terugbetaald.

Hyperloop en schonere lucht

Volgens Kleinknecht kun je het Groeifonds daarom zien als een financier voor bedrijven en projecten waarvoor via de markt geen financiering tot stand komt. "Bij projecten die een hele markt overstijgen, heb je soms het probleem dat bedrijven afwachten met investeren totdat een ander dat doet, zodat ze kunnen meeliften op dat succes." Die bedrijven noem je dan freeriders. Door het freeriderprobleem voor te zijn en geld te reserveren voor die projecten, stimuleer je dus innovatie.

Als voorbeeld kunnen we volgens Kleinknecht denken aan publieke goederen die boven de markt staan, zoals de hyperloop, een supersnelle treinverbinding. Of bijvoorbeeld een initiatief dat voor betere lucht in steden zorgt.

Volberda zegt dat er wel één belangrijke voorwaarde gesteld moet worden aan de projecten waarin geïnvesteerd wordt. "Die projecten moeten over de lange termijn gaan en ze moeten risicovol zijn. Als ze ook rendabel zijn zonder dit geld, kun je het net zo goed aan de markt overlaten."

Een 'leuk zetje' voor innovatie

En is 20 miljard euro wel genoeg geld om een hele economie te veranderen? "Het is een leuk zetje", zegt Volberda. "Het kan een aantal fundamentele innovaties zeker versnellen."

Kleinknecht denkt dat het volledig afhangt van de projecten die worden bedacht. "Door die ondergrens van 30 miljoen euro moet het echt om grote zaken gaan." De emeritus professor vraagt zich af of er daardoor wel voldoende aanvragen zullen worden gedaan die bovendien van belang zijn voor de hele Nederlandse economie en niet voor maar een paar bedrijven.

Een crisis voorkomen kan het fonds sowieso niet, zegt hij. "Conjunctuurcycli en zeepbellen zul je altijd houden, maar we kunnen op deze manier wel de structuur van de economie zelf versterken." Zo is de economie toch weerbaarder voor de volgende dip.