De woninghuren in Nederland zijn in juli met 2,9 procent gestegen. Dat is de grootste stijging sinds 2014, blijkt maandag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De prijsstijging doet zich vooral voor in de sociale sector. Woningcorporaties lieten hun huren met 2,7 procent stijgen. Het jaar ervoor ging het nog om 2 procent.

In de vrije sector stegen de huren met 3 procent. Dat percentage lag juist lager dan het jaar ervoor, toen huurders 3,3 procent meer moesten gaan betalen.

Een belangrijke oorzaak is de inflatie. Corporaties mogen de prijs maximaal laten stijgen met het in een percentage uitgedrukte inflatiecijfer plus een inkomensafhankelijke toeslag. De inflatie stijgt al een paar jaren en daarmee lopen de huurprijzen in de sociale sector ook op.

Overigens zijn verhuurders niet gebonden aan het maximum als er een nieuwe huurder in de woning trekt. De gemiddelde huurverhoging bij een bewonerswisseling lag vorig jaar op 9,5 procent. Het jaar ervoor was dit nog 8,2 procent.

Huren stijgen het hardst in Rotterdam

Voor het eerst in jaren stegen de huren niet het hardst in Amsterdam, maar in Rotterdam. Daar zijn huurders 4,1 procent meer gaan betalen en in de hoofdstad 3,5 procent.

Drenthe had jaren achtereen de kleinste huurstijging van Nederland, maar is dit jaar ineens na Noord- en Zuid-Holland de provincie waar de huren het hardst opliepen (3 procent).

Volgens het CBS ontstaan deze regionale schommelingen met name in de grote steden grotendeels door huurverhogingen bij een wisseling van bewoners.