Afgelopen maand was in het eurogebied voor het eerst in vier jaar tijd sprake van deflatie, blijkt dinsdag uit cijfers van statistiekbureau Eurostat. De gemiddelde prijzen daalden in augustus met 0,2 procent ten opzichte van een jaar eerder.

Economen zien deflatie als slecht nieuws, aangezien de waardevermeerdering ertoe kan leiden dat consumenten aankopen uitstellen om mogelijk in de toekomst een nog lagere prijs te kunnen betalen. In een gezonde economie stijgen de prijzen, omdat de vraag naar producten en diensten dan harder groeit dan het aanbod.

De deflatie is daarom ook slecht nieuws voor de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB heeft als doelstelling de inflatie onder maar dicht bij de 2 procent te houden, maar ondanks jarenlange stimuleringsmaatregelen lukt het maar niet om de inflatie te doen stijgen. Mogelijk zal de centrale bank dan ook extra maatregelen nemen om een mogelijk deflatiespook buiten de deur te houden.

De prijzen in de eurozone daalden met name door de gebrekkige vraag naar energie. De energieprijzen daalden daardoor met 7,8 procent ten opzichte van een jaar eerder. Augustus is alweer de zesde maand op rij waarin de energieprijzen flink daalden. Dat heeft alles te maken met het afgenomen energieverbruik in coronatijd.

De prijzen van goederen en diensten in Nederland stegen in vergelijking met augustus 2019 nog wel met 0,3 procent, maar op maandbasis is sprake van een krimp. Vergeleken met juli daalden de prijzen in de afgelopen maand met 0,7 procent. In Cyprus daalden de prijzen het hardst. Het ging om een min van 2,9 procent ten opzichte van augustus 2019.