De Verenigde Staten stoppen met de afname van beademingsapparatuur van Philips, meldt het bedrijf maandag. De VS haalde een streep door het contract, waardoor het bedrijf de verwachtingen voor dit jaar naar beneden moet bijstellen.

Oorspronkelijk zouden 43.000 beademingsapparaten worden geleverd. Nu de deal eind augustus komt te vervallen, worden in totaal 12.300 afgenomen door de Verenigde Staten.

De mededeling van de Amerikaanse regering kwam voor Philips als een verrassing, zegt de woordvoerder van het bedrijf. "In tegenstelling tot de private sector, kan de Amerikaanse overheid een contract zonder opgaaf van reden beëindigen. Dat is nu gebeurd."

Oorspronkelijk zou het contract Philips een krappe 600 miljoen euro opleveren. Het bedrijf gaat met de Amerikaanse regering in gesprek over de afhandeling van het contract.

Philips was een van de tien bedrijven waarmee de Amerikaanse regering aan het begin van de coronacrisis een contract sloot voor de levering van in totaal 187.000 beademingsapparaten. Die zijn van groot belang bij de bestrijding van de pandemie.

Volgens de woordvoerder was het contract met Philips het grootste in omvang en liep het ook langer door dan dat met andere bedrijven. Mogelijk is de voorraad geleverde apparaten inmiddels zo groot dat er in de komende maanden geen nieuwe nodig zijn.

Philips, dat zich specialiseert in medische apparatuur, zei in juli nog dat de enorme toename aan orders voor medische apparatuur zou leiden tot omzetgroei. Het schrappen van de deal heeft "uiteraard impact op de financiële cijfers van Philips", zegt CEO Frans van Houten. Het bedrijf verwacht nu cijfers die vergelijkbaar zijn met die van vorig jaar.