De Duitse economie is in het tweede kwartaal met 9,7 procent gekrompen vergeleken met het eerste kwartaal van 2020, blijkt dinsdag uit cijfers van statistiekbureau Destatis. De krimp is minder heftig dan een eerdere raming van de CBS-evenknie, maar de dieprode cijfers zijn alsnog historisch.

De vorige recordkrimp stamt uit de eerste paar maanden van 2009. Op het dieptepunt van die economische crisis kromp de economie van onze oosterburen met 4,7 procent, veel minder groot dan de krimp van het afgelopen kwartaal.

De lagere consumentenuitgaven zijn, net als in Nederland, de grootste oorzaak van de historische neergang van de economie van onze oosterburen. Duitse consumenten gaven tussen april en juli bijna 11 procent minder uit dan in het eerste kwartaal. Ook werden er ruim 20 procent minder Duitse goederen naar het buitenland geëxporteerd.

De schade werd volgens het statistiekbureau nog enigszins beperkt door de Duitse overheid, die de uitgaven met 1,5 procent verhoogde. Net als in Nederland heeft Berlijn de schade van de coronacrisis geprobeerd te verminderen door bedrijven in nood te helpen, geld te steken in arbeidstijdverkorting en door middel van staatsdeelnemingen. Zo werd de Duitse staat grootaandeelhouder in luchtvaartmaatschappij Lufthansa.

Door de grotere uitgaven en lagere inkomsten van de Duitse overheid, liep het begrotingstekort in het eerste half jaar op naar 51,6 miljard euro. Ten opzichte van het bbp lag het begrotingstekort op 3,2 procent, net boven de 3 procent die op Europees niveau is afgesproken. Door de coronacrisis worden deze regels momenteel niet toegepast.