Het aantal buitenlandse toeristen in Spanje is in juli weer een beetje opgekrabbeld, maar het zijn vooral de toeristen in eigen land die de sector draaiende houden. Dat blijkt uit cijfers die het nationaal statistisch bureau maandag heeft gepubliceerd.

Zo'n 1,1 miljoen buitenlandse toeristen verbleven vorige maand in de Spaanse hotels. Een jaar eerder waren dat er in de vergelijkbare maand nog 6,45 miljoen.

Spanje ontvangt doorgaans zo'n 80 miljoen buitenlandse toeristen op jaarbasis. Daarmee is het land de op een na grootste toeristenbestemming ter wereld, na Frankrijk. Het waren vooral de binnenlandse toeristen die in juli een vakantie in eigen land boekten, dat waren er 3,2 miljoen.

De Spaanse grenzen gingen vorige maand pas weer open voor buitenlandse toeristen en dan ook nog beperkt. De hoteliers hebben ook maar iets meer dan de helft van hun bedden beschikbaar gesteld voor boekingen. De bezettingsgraad van de hotels kwam in juli uit op 36 procent, blijkt uit de data van INE, het Spaanse CBS.

In de eerste zeven maanden van dit jaar is het totale aantal overnachtingen met 70 procent gedaald ten opzichte van een jaar eerder. Toerisme is in Spanje goed voor een bijdrage van 12 procent aan het bbp.

Eind juli waren in bepaalde Spaanse regio's weer uitbraken van het coronavirus. Dat leidde ertoe dat andere landen weer een oranje reisadvies gaven voor sommige Spaanse gebieden.