Een plan van de Europese Unie om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 55 procent terug te brengen ten opzichte van 1990, is zowel technisch als economisch haalbaar. Dat zegt de voorzitter van de Duitse denktank Agora Energiewende maandag.

Volgende maand komt de Europese Commissie met een nieuw voorstel met strengere klimaatdoelstellingen voor 2030. Het uiteindelijke doel is om de uitstoot in 2050 terug te hebben gebracht tot nul.

Momenteel is het doel dat de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 40 procent is teruggebracht vergeleken met 1990. De verwachting is dat de doelstelling wordt opgekrikt tot 50 of 55 procent. In het kielzog van het bepalen van de ambitie, wordt dan beleid opgesteld, zoals belastinghervormingen en de handel in CO2-emissie.

Volgens onderzoek van de Duitse denktank en onderzoekscentrum Oeko Institut valt de grootste winst te behalen bij energiecentrales, de industrie en vliegen binnen Europa. Door daar specifiek beleid op toe te passen, is de uitstoot snel terug te brengen.

De EU-landen zijn verdeeld over de nieuwe klimaatdoelstellingen. Vooral Oost-Europese landen zijn terughoudend in het opkrikken van de ambities. Ze willen eerst inzichtelijker hebben wat voor kostenplaatje daaraan hangt.

Die landen zouden volgens de denktank juist een grote bijdrage moeten leveren om hogere doelen te halen, maar stellen dat de economische teruggang als gevolg van de coronacrisis dit lastiger maakt. De onderzoekers zeggen dat de EU extra budget zou kunnen vrijmaken voor die landen, bijvoorbeeld voor betere infrastructuur voor elektrische auto's, zoals laadpalen.