In een normaal jaar bouwen ze de stands van de Huishoudbeurs, Vakantiebeurs of de Libelle Zomerweek op, maar nu zitten medewerkers van standbouwbedrijven al maandenlang thuis omdat beurzen massaal zijn afgelast. Al meer dan een kwart van de werknemers in de sector is werkloos geworden en vermoedelijk loopt dat dit najaar op tot ruim de helft, blijkt uit onderzoek van brancheorganisatie CLC-Vecta.

Toen in maart COVID-19 uitbrak, zijn alle evenementen per direct afgelast, dus ook grote beurzen. Voor bedrijven die gespecialiseerd zijn in het opbouwen van beursstands, bijvoorbeeld een kraam van een touroperator op de vakantiebeurs, liepen de opbrengsten van het ene op het andere moment terug naar nul.

Het gaat hierbij niet alleen om publieksbeurzen, maar ook om vakbeurzen, zoals de Horecava. In deze sector gaat in Nederland jaarlijks ongeveer 4 miljard euro om.

Voor de pakweg 2.500 werknemers die actief zijn voor de bouwers had de uitbraak grote gevolgen. De flexkrachten, van wie er enkele honderden actief zijn in de branche, verloren vrijwel allemaal meteen hun werk.

28 procent van mensen in loondienst in sector staan op straat

Ook staan door bezuinigingen en faillissementen inmiddels 700 van de 2.500 medewerkers in loondienst op straat, wat neerkomt op ongeveer 28 procent. Zo gingen recentelijk onder andere Boemer Beheer en Schreuder Expocarpets failliet, waardoor honderden mensen hun baan verloren. CLC-Vecta denkt dat dit de komende maanden nog erger wordt.

"Wij verwachten dat per 1 oktober 52 procent van de banen in deze sector is verdwenen. Andere sectoren die hard zijn geraakt door corona, bijvoorbeeld de horeca, hebben nu weer wat omzet. Maar voor deze branche is het de komende tijd nog steeds minimaal", zegt Dineke Philipse van de belangenvereniging. Dat terwijl het najaar juist, samen met het voorjaar, de belangrijkste omzetperiode is.

De verwachting is dan ook dat bedrijven dit jaar een omzet behalen die slechts 20 tot 25 procent bedraagt van de gebruikelijke jaaropbrengst. "Veel bedrijven moeten het doen met de omzet van januari en februari en hebben sinds maart geen factuur meer gestuurd", aldus Philipse.

Ook vakbond FNV maakt zich grote zorgen. Hoe diep de sector in moeilijkheden zit, blijkt volgens bestuurder Henk Panhuijsen van FNV Bouw en Wonen uit het feit dat 100 procent van de standbouwers loonkostensteun van de overheid heeft aangevraagd, de zogeheten NOW-regeling.

Panhuijsen pleit dan ook voor aanvullende steunmaatregelen vanuit de overheid. Voorlopig lopen deze tot begin oktober, maar tegen die tijd zijn de problemen volgens de vakbondsbestuurder nog lang niet opgelost.