Managers en mensen in pedagogische beroepen hebben in het tweede kwartaal van dit jaar nauwelijks vaker werk mee naar huis meegenomen dan normaal. In ICT-beroepen nam in het 'coronakwartaal' het thuiswerken het meest toe in vergelijking met een jaar eerder, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In vrijwel alle beroepsgroepen nam het percentage mensen dat wel eens thuis aan de slag is in de maanden april tot en met juni scherp toe vergeleken met hetzelfde kwartaal in 2019. Van de ICT'ers nam de afgelopen maanden ruim 40 procent wel eens werk mee naar huis, twee keer zo veel als een jaar eerder.

Ook van de mensen met een creatief of taalkundig beroep is een flink hoger percentage nu soms thuis aan de slag, net als werknemers in de bedrijfseconomische sector. Het aandeel thuiswerkende managers ligt op vrijwel hetzelfde niveau als vorig jaar en bij mensen met een pedagogisch beroep zelfs een fractie lager.

CBS-hoofdeconoom Pieter Hein van Mulligen wijst erop dat in het onderzoek gevraagd werd of mensen in de afgelopen week wel eens werk mee naar huis hebben meegenomen. Het aantal leraren en managers dat die vraag met ja beantwoordde lag in 2019 al relatief hoog. "Het kan dan ook gaan om de docent die 's avonds proefwerken nakijkt", zegt Van Mulligen.

Voorzichtige trend richting meer thuiswerken

Branches waarin een jaar geleden nauwelijks thuisgewerkt werd en nu nog steeds, zijn de agrarische sector en de logistiek. Toch zijn er dit jaar ook in deze sectoren meer mensen die zeggen dat ze wel eens werk mee naar huis nemen.

Volgens Van Mulligen wijzen de cijfers over een langere periode voorzichtig op een trend richting meer thuiswerk. In 2019 waren er in totaal 3,5 miljoen werknemers die thuis wel eens voor de baas bezig zijn, dat waren er in 2013 nog 2,8 miljoen.

Zelfstandigen zijn in het onderzoek niet meegenomen.