Nederlanders werken veel meer thuis en dat merken kledingverkopers. Die zagen de verkoop van nette kleding inzakken, terwijl vesten en sweaters niet aan te slepen waren, meldt belangenorganisatie voor de modebranche INretail vrijdag.

De sectorvereniging houdt samen met onderzoeksbureau GfK de ontwikkelingen in de kledingbranche bij. Daaruit komt naar voren dat tussen begin april en eind juni bij de mannenmode de verkoop van vooral jassen (-39,5 procent), blazers (-47,9 procent) en broeken (-43,9 procent) kelderde.

Dit kwam doordat onder meer officiële bijeenkomsten niet doorgingen of begrafenissen niet konden worden bijgewoond. Ook de bovenmode voor vrouwen deed het slecht (-32 procent), terwijl kindermode het moest doen met een daling van 15,1 procent.

Vanwege de lockdown was kleding voor thuis juist veel populairder dan normaal. Zo werden in het tweede kwartaal maar liefst 49,4 procent meer sweaters en vesten verkocht. Ook nachtkleding (stijging van 16,2 procent) en ondergoed (5,9 procent) deden het goed.

Toch fikse verliezen

Die groei kon echter niet voorkomen dat veel kledingwinkels in de voorbije maanden met fikse verliezen te kampen hadden.

In de eerste helft van 2020 viel de totale omzet bij kledingwinkels volgens het onderzoek 18,5 procent lager uit, waarbij met name in het tweede kwartaal minder werd verkocht. Vooral de fysieke winkels leden pijn, terwijl de online omzet juist toenam.

Omzet krabbelt op in kleinere steden

Bij een aantal winkels is de omzet inmiddels weer redelijk aangetrokken. Opvallend is dat het hierbij vooral gaat om winkels die zijn gevestigd in kleine en middelgrote steden met maximaal 350.000 inwoners.

"Daar zie je dat de omzet weer op 80 tot 90 procent van de precoronatijd zit", aldus Jan van Herwijnen, modespecialist bij INretail.

Grote steden hebben het moeilijker

Kledingwinkels in de vier grote steden hebben het moeilijker en noteren een omzet van 60 tot 70 procent van het niveau van vóór de COVID-19-uitbraak. "Je ziet daarom dat een aantal winkels in de grotere steden meer uitverkoopacties heeft en daar ook hogere kortingen geeft dan de collega's in provinciesteden."

Reden voor het verschil is volgens Van Herwijnen onder meer dat veel mensen vrezen voor grote menigten en daarom liever naar kleinere steden gaan. Ook het ontbreken van toeristen wordt in bijvoorbeeld Amsterdam waarschijnlijk harder gevoeld dan in bijvoorbeeld Zwolle of Roosendaal.