In cao's die sinds de uitbraak van COVID-19 zijn afgesloten, is de loonstijging beduidend lager dan in de overeenkomsten die eerder dit jaar tot stand zijn gekomen, meldt arbeidsvoorwaardenadviseur AWVN donderdag op basis van de cao's die tot dusver in 2020 zijn afgesloten.

Sinds de uitbraak van COVID-19 zijn 33 cao's afgesloten. De onderhandelende partijen kwamen daarbij een gemiddelde loonstijging van 2,3 procent overeen. Het jaargemiddelde ligt echter op 2,8 procent. Dit betekent dat in de 48 akkoorden die dit jaar vóór de uitbraak zijn gesloten, de gemiddelde loonstijging dus boven die 2,8 procent ligt.

De kleinere loonstijging sinds de corona-uitbraak geldt met name voor marktsectoren. Bij publieke sectoren is sinds de uitbraak juist sprake van een grotere loonstijging.

De AWVN meldt ook dat tot nu toe dit jaar veel minder cao's zijn afgesloten dan gebruikelijk is. Oorzaak hiervan is dat door de corona-uitbraak veel onderhandelingen zijn gestaakt. In 2020 zijn tot dusver 81 cao's afgesloten. In een normaal jaar staat de teller eind juli gemiddeld op tweehonderd.

Gevolg hiervan is dat veel cao's zijn verlopen zonder dat er een nieuw akkoord is gesloten. Momenteel is dit het geval bij 280 cao's, terwijl dat in een 'gewone zomer' voor 232 cao's geldt. Daardoor wachten nu 1,24 miljoen werknemers op een nieuw akkoord, terwijl dat er normaliter 1,16 miljoen zijn.