Heineken zag zijn bierverkopen in de eerste helft van dit jaar kelderen met 11,5 procent, blijkt uit cijfers die de Nederlandse bierbrouwer maandag bekendmaakt.

Wereldwijd moesten kroegen de deuren sluiten vanwege de uitbraak van COVID-19, wat met name in het tweede kwartaal negatieve gevolgen had voor de bierverkoop.

Door de corona-uitbraak dook Heineken in het rood. Dat had niet zozeer te maken met de teruggelopen bierverkopen, maar vooral met afschrijvingen op bezittingen. Die zijn door de COVID-19-pandemie minder waard geworden.

Onder de streep kwam Heineken uit op een verlies van 297 miljoen euro over de eerste zes maanden van 2020. Aangezien het bedrijf in het eerste kwartaal nog een winst van 94 miljoen boekte, werd de pijn dus vooral geleden in het tweede kwartaal. In de eerste helft van 2020 kwam de omzet uit op 11,16 miljard euro, wat 18 procent lager was dan in dezelfde periode vorig jaar.

Het negatieve resultaat komt niet als een verrassing. Vorige maand maakte Heineken al bekend in de eerste helft van het jaar in de rode cijfers te zullen duiken.

De brouwer ziet sinds april wel een langzaam herstel optreden. De economische situatie blijft echter onzeker, waardoor Heineken de resultaten in de rest van het jaar niet goed kan voorspellen.

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond dat Heineken een verlies van 149 miljoen euro draaide. Dit betreft echter de Heineken Holding N.V. Het bovengenoemde verlies van 297 miljoen euro betreft Heineken N.V., waarin Heineken Holding N.V. een belang heeft.