Nederlandse huishoudens hebben in juni weer meer spaargeld ingelegd dan opgenomen, blijkt maandag uit cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB). Eind juni stond er ruim 2,9 miljard euro meer op spaarrekeningen dan in mei. Sinds het begin van de coronacrisis zijn Nederlandse huishoudens meer geld opzij gaan zetten vergeleken met dezelfde maanden in voorgaande jaren.

De kleine 3 miljard euro extra in de spaarvarkens is wel aanzienlijk minder dan in mei: toen werd er nog voor bijna 9,5 miljard euro ingelegd. Dat had grotendeels te maken met vakantiegeld dat mensen ontvingen in mei, legt Rabobank-econoom Carlijn Prins uit. Daarnaast was het in mei moeilijker om grote uitgaven te doen, zoals vakanties boeken, en heerste er onzekerheid over de economische gevolgen van de coronacrisis.

Die laatste twee redenen liggen ook ten grondslag aan de stijging in juni. "Het is nog steeds lastiger om geld uit te geven", vertelt Prins. "En mensen zijn nog steeds onzeker over de gevolgen van de coronacrisis voor bijvoorbeeld hun werk, waardoor grote uitgaven eerder worden uitgesteld", aldus de econoom die zich onder meer richt op het spaargedrag van Nederlanders.

Met de ingelegde 2,9 miljard kwam het totale spaargeld van Nederlanders in juni uit op ruim 387 miljard euro. Veruit het meeste geld daarvan stond op rekeningen met een opzegtermijn, een kleiner deel op deposito's met een vaste looptijd.

Sinds de uitbraak van COVID-19 in Nederland en de daaropvolgende lockdown zijn Nederlanders meer gaan sparen dan in andere jaren. In juni vorig jaar werd er 1,4 miljard euro op de spaarrekeningen gestort - ongeveer de helft van wat vorige maand opzij werd gezet - en in mei werd er ruim 3 miljard euro meer gestort dan in 2019.

Reageer op onze vraag