Nederlandse consumenten gaven in mei 12,8 procent minder uit. Vooral de uitgaven aan diensten, zoals het bezoeken van horeca, sportscholen en pretparken, lagen flink lager dan in mei 2019. Dat blijkt uit cijfers van het CBS, dat meldt dat het om de op een na grootste daling ooit gaat.

De krimp hangt uiteraard samen met de lockdownmaatregelen die zijn genomen om de uitbraak van COVID-19 te beteugelen. Die deden de dienstensector de meeste pijn: de omzet daalde daar met 22,4 procent.

Naast eerdergenoemde diensten merkten ook onder meer het openbaar vervoer, theaters en voetbalclubs dat ze fors minder inkomsten hadden, terwijl consumenten juist wel meer uitgaven aan andere diensten, zoals verzekeringen, koeriersdiensten en het afsluiten van telefoonabonnementen.

Ook aan eten en drinken gaven mensen meer uit. Onder meer de supermarkten profiteerden. In totaal besteedde de consument in mei 6,3 procent meer aan voedings- en genotsmiddelen.

Daarnaast trokken de Nederlanders vaker de portemonnee voor het inrichten van hun woning en elektrische apparatuur. Aan onder meer personenauto's, kleding en schoenen werd minder uitgegeven.

Nederlanders weer positiever over financiële situatie

De krimp van 12,8 procent in mei was minder groot dan die van april, toen Nederlanders maar liefst 17,3 procent minder uitgaven.

Volgens het CBS zijn de economische omstandigheden voor consumenten op dit moment iets beter dan in mei, onder meer doordat de industrie minder negatief is over de toekomst en mensen positiever zijn over hun eigen financiële situatie in de komende twaalf maanden.

Dit is echter geen garantie dat de bestedingen van consumenten in juli zullen stijgen. Het CBS wijst erop dat het algehele consumentenvertrouwen nog altijd op vrijwel hetzelfde, lage niveau ligt als in juni.

Ook de bereidheid om grote aankopen te doen is nauwelijks veranderd, evenals het oordeel van mensen over de economie.