De coronacrisis dreigt de vrouwenemancipatie weer een aantal jaren terug te duwen, schrijft het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dinsdag in een blog. Vrouwen worden namelijk economisch gezien harder geraakt door de coronacrisis dan mannen. Hierdoor neemt de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen sinds jaren weer toe, nadat genderongelijkheid juist afnam in de afgelopen decennia.

IMF geeft meerdere redenen waarom de positie van de vrouw weer onder druk staat in coronatijd. De voornaamste reden is de sectoren waarin vrouwen vaak werken: dienstensectoren waarbij veel een-op-eencontact is, zoals toerisme, retail, maar ook de horeca. Deze bedrijfstakken zaten vaker zonder werk door de wereldwijde lockdownmaatregelen.

Het is in deze sectoren bovendien moeilijker om vanuit huis te werken, waardoor vrouwen vaker hun baan verloren dan mannen: in de Verenigde Staten lag het aantal werkloze vrouwen tussen april en juni 2 procentpunten hoger dan het aantal werkloze mannen, schrijft het IMF.

Verder zijn vrouwen vaker dan mannen actief in de informele, 'zwarte', economie. Hierbij moet worden gedacht aan banen als schoonmaken en oppassen. In de informele sector kan iemand bij economische tegenwind makkelijker op straat worden gezet.

Op maat gemaakt beleid moet gat verkleinen

Vrouwen houden zich volgens het IMF ook meer bezig met het huishouden en kindzorg, waardoor zij vaak als eerste betaald werk moeten opgeven als kinderen niet naar school kunnen.

Tot slot worden jonge vrouwen in arme landen vaker gevraagd om te stoppen met school en te helpen in het huishouden als een economische crisis dreigt. Hierdoor verliest de vrouw "menselijk kapitaal", aldus de VN-organisatie.

Het groter wordende gat tussen mannen en vrouwen zou weer verkleind kunnen worden met op maat gemaakt beleid, schrijft IMF. Hierbij moet worden gedacht aan subsidies voor kinderopvang en het aanbieden van ouderschapsverlof.