De prijzen van benzine zijn de afgelopen maanden weer gestegen, nadat ze in april 2020 het laagste punt sinds 2016 hadden bereikt. Dat blijkt uit gegevens van het CBS.

Op woensdag 29 april was de gemiddelde prijs van een liter benzine 1,455 euro. Maandag 13 juli was dit alweer met ruim 11 cent opgelopen naar 1,569 euro. Ook lpg is in deze periode duurder geworden, al gaat het hier om een verhoging van ongeveer vijf cent per liter.

Volgens Paul van Selms van United Consumers, aanbieder van onder meer tankpassen, wordt de stijging van benzine en lpg veroorzaakt door het beleid van olieproducerende landen. Die besloten gedurende het jaar om de productie te beperken, waardoor er minder overaanbod was en de olieprijzen stegen.

De huidige pompprijzen liggen nog wel onder het niveau van begin dit jaar. In de eerste helft van januari moesten automobilisten voor een liter benzine gemiddeld ruim 1,70 euro betalen aan de pomp.

Sindsdien daalden de olieprijzen hard. Oorzaak hiervan was de uitbraak van het coronavirus, waardoor de vraag naar olie snel minder werd. De prijs voor een vat ruwe olie daalde zelfs tot onder de 40 euro. Door de invoering van productiebeperkingen is die prijs dus weer opgelopen.

Opvallend genoeg is de prijs van diesel niet meegestegen. Die ligt nog op vrijwel hetzelfde niveau als in april. Van Selms vermoedt dat dit komt doordat het wegtransport minder vracht vervoert. Vrachtwagens rijden vrijwel allemaal op diesel.