Oliekartel OPEC en een aantal andere olieproducerende landen, verenigd in de OPEC+, hebben woensdag een akkoord bereikt over een versoepeling van de productieverlaging van de grondstof. Dat heeft de Saoedische minister van Energie Abdulaziz bin Salman woensdag bekendgemaakt. In april werd er in de productie gesneden door de olielanden, vanwege de verdampte vraag naar de grondstof door de coronacrisis.

Momenteel ligt de productieverlaging op 9,6 miljoen vaten per dag, zo'n 10 procent van de totale olieproductie. Deze productieverlaging kwam halverwege april tot stand, omdat de olieprijs was ingestort door een combinatie van een gebrekkige vraag en een groot aanbod. Door de oliekraan aan te draaien wilden de landen de prijs weer wat opschroeven. Het besluit werd toen niet zonder slag of stoot genomen: het duurde enkele weken voordat de landen tot een akkoord kwamen, na onenigheid over de verdeelsleutel van de rem op de productie.

In het woensdag gesloten akkoord wordt de productieverlaging versoepeld naar 8,54 miljoen olievaten per dag in augustus en september, en zal worden afgebouwd naar 7,7 miljoen in december. Reden voor het openzetten van de oliekraan is de groeiende vraag naar de grondstof, na een forse daling in het tweede kwartaal door de coronacrisis.

De OPEC-landen verwachten volgend jaar een flink herstel, na een slecht jaar voor de olieproducerende landen. De OPEC verwacht dat de vraag naar olie komend jaar zo'n zeven miljoen vaten per dag hoger zal liggen dan dit jaar. Het oliekartel zette wel enkele kanttekeningen bij de voorspelling: zo kan deze alleen uitkomen wanneer er geen nieuwe coronagolf komt of de handelsoorlog tussen China en de Verenigde Staten weer oplaait.