Lageropgeleide mensen, werknemers met een niet-westerse migratieachtergrond en mensen met een handicap lopen een groter risico hun baan kwijt te raken door de coronacrisis dan andere groepen in de samenleving, schrijft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) donderdag op basis van eigen onderzoek.

De coronacrisis raakt deze groepen extra hard vanwege het werk dat zij verrichten. Zij werken relatief vaak met flexibele contracten in branches die als gevolg van de coronacrisis zullen krimpen, zoals de horeca en de toerismesector. Door flexcontracten wordt deze groep eerder geslachtofferd in tijden van crisis.

Mensen met een arbeidsbeperking werken in 15,7 procent van de gevallen in een zogeheten krimpsector, tegenover 6 procent van de totale beroepsbevolking. Werkenden met een niet-westerse migratieachtergrond en een flexcontract zijn ook vaker werkzaam in een krimpsector. Dit geldt voor 14,3 procent van de eerste en 12 procent van de tweede generatie. Ter vergelijking: van de werknemers zonder migratieachtergrond behoort 4,6 procent tot deze kwetsbare groep.

Het SCP wil deze onzekerheden op de Nederlandse arbeidsmarkt verkleinen en voert omscholing als potentiële oplossing aan, maar wijst erop dat organisaties in crisistijd zelden happig zijn op investeren in omscholing van boventallig personeel.

Het adviesorgaan ziet hierin een taak weggelegd voor het kabinet. Den Haag heeft omscholing inmiddels ook gekoppeld aan de steunmaatregelen die in het leven zijn geroepen vanwege de coronacrisis, maar het SCP benadrukt dat het om een inspanningsverplichting en niet om een harde eis gaat. Het planbureau zegt dat werkgevers in het verleden vanuit zichzelf weinig hebben ingezet op omscholing van personeel.