Als bij zelfstandigen de inkomsten wegvallen, belandt bijna een vijfde al snel in de financiële problemen. De resterende financiële middelen van het huishouden zakken dan binnen drie maanden onder de minimumloongrens.

Meer dan een derde van de zelfstandigen komt na een jaar zonder inkomsten onder die kritische grens. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag op basis van een modelmatige berekening die het bureau uitvoerde naar aanleiding van de coronacrisis.

Zzp'ers van boven de 45 jaar hebben meer reserves en zijn daardoor minder kwetsbaar voor inkomensverlies dan jongere zzp'ers. Na een half jaar zonder inkomen zakt 21 procent van de zzp'ers tussen de 45 en 65 onder de minimumloongrens. Na een jaar zit 29 procent onder die grens. Voor hun jongere collega's geldt dat voor respectievelijk 35 en 46 procent.

Verder is opvallend dat vrouwelijke zzp'ers financieel gezien minder kwetsbaar zijn. Hun inkomen ligt lager dan dat van hun mannelijke collega's, maar ze kunnen vaak wel terugvallen op het inkomen van hun partner. Bij een heel jaar aan inkomensverlies zou 28 procent van de vrouwelijke zzp'ers onder de minimumloongrens zakken, bij de mannen geldt dat voor 38 procent.

Zzp'ers in de horeca, bouw en vervoer en opslag zijn het kwetsbaarst voor inkomensverlies. In de financiële dienstverlening, het onroerend goed en de zorg staan ze er het sterkst voor.