Het verbranden van biomassa om stroom op te wekken en warmte te genereren, moet worden afgebouwd. Dat schrijft de Sociaal-Economische Raad (SER) woensdag in een advies aan de regering over het gebruik van biomassa. De laatste weken kwam er steeds meer kritiek vanuit de Tweede Kamer over het gebruik van biomassa, omdat biomassacentrales ook vervuilend zijn.

De SER raadt aan om het gebruik van biogrondstoffen, zoals bijvoorbeeld hout, voor laagwaardig gebruik als elektriciteitsproductie af te bouwen, omdat "de klimaatdoelen anders in de knel komen", schrijft de adviesraad. Bij het opstoken van houtkorrels wordt er CO2 en stikstof uitgestoten, wat de luchtkwaliteit verslechtert. In plaats van het verbranden van hout voor de verwarming, moet het kabinet zich volgens de adviesraad meer gaan richten op duurzame alternatieven als warmtepompen en geothermie.

In het rapport Biomassa in balans. Een duurzaamheidskader voor hoogwaardige inzet van biogrondstoffen stelt de SER dat het kabinet zich meer moet richten op het gebruik van biogrondstoffen voor chemie en materialen. Daarmee zou biomassa grondstoffen als olie en gas deels kunnen vervangen.

De biogrondstoffen kunnen volgens de SER nog wel gebruikt worden voor brandstof in bijvoorbeeld de luchtvaart en in het vrachtvervoer. Dat is een overgangsmaatregel, omdat er nog geen bruikbaar duurzaam alternatief als een bestaat. De SER gebruikt de elektrische vrachtwagen als voorbeeld, maar die zijn nu nog veel te beperkt beschikbaar en beschikken over een te kleine actieradius. Op den duur moet het gebruik van biomassa voor dit type vervoer ook afgebouwd worden.

De SER legt de bal nadrukkelijk bij het kabinet neer. "Het ligt nu in handen van het kabinet de strategie voor de toepassing in Nederland te bepalen, de kaders vast te leggen en de regie te nemen", aldus de adviesraad.