Twee op de vijf Nederlanders gaan dit jaar op vakantie in eigen land, blijkt donderdag uit een tweede meting van het Nederlands Bureau Toerisme & Congressen (NBTC) in samenwerking met Schiphol. Ook onder vakantiegangers uit Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk (VK) blijken steeds meer mensen te zinspelen op een vakantie in eigen land.

De twee organisaties onderzochten welke invloed de coronacrisis heeft op het reisgedrag van toeristen uit Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en China. Drie kwart van alle buitenlandse vakantiegangers in Nederland komt uit een van die landen.

Ruim 60 procent van de ondervraagden is van plan op vakantie te gaan. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal mensen met vakantieplannen ongeveer gelijk is gebleven, alleen in China is het aantal vakantiegangers gestegen naar 82 procent van de ondervraagden.

Wel groeit het aantal ondervraagden dat in eigen land blijft in vergelijking met de eerste meting van NBTC van begin juni (pdf). In Duitsland heeft 49 procent van de ondervraagden plannen voor vakantie in eigen land, tegenover 43 procent in juni. In het VK ligt dat aantal zelfs 7 procentpunten hoger in vergelijking met de eerste meting.

Vooral gezinnen vieren vakantie in eigen land

En als ze dan over de grens gaan, blijven de vakantiegangers dicht bij huis. Hierdoor lijkt Nederland ten opzichte van de eerste meting in mei populairder te zijn geworden bij Duitsers, Belgen en Britten. "Een vakantie in eigen land of naar een buurland als Nederland wordt mogelijk als een veilige keuze gezien", denkt algemeen directeur Jos Vranken van het NBTC.

Onder de Nederlandse vakantiegangers die dit jaar de grens niet overgaan, zijn vooral gezinnen met kinderen. 38 procent van de Nederlandse vakantiegangers zegt tegenover NBTC niet de grens over te gaan. Verder zijn Nederlanders in vergelijking met het eerdere NBTC-onderzoek minder snel geneigd om de Europese buitengrens te verlaten.