De coronacrisis heeft de uitbuiting van buitenlandse vrachtwagenchauffeurs op West-Europese wegen verergerd. Dat concluderen vakbond FNV, Stichting VNB en internationale transport- en voedingsbondfederaties ITF en IUF donderdag.

De partijen deden de afgelopen zes maanden onderzoek naar arbeidsuitbuiting van buitenlandse vrachtwagenchauffeurs door transportbedrijven. Deze chauffeurs zijn veelal bij Oost-Europese bedrijven in dienst, zodat de loonkosten laag blijven. Ze rijden echter uitsluitend in West-Europa, waaronder in Nederland en België.

Voor het rapport spraken de onderzoekers met enkele honderden chauffeurs. Dat gebeurde zowel op parkeerplaatsen als op kantoorlocaties. Een woordvoerder van FNV kon niet zeggen hoeveel transportbedrijven erbij betrokken zijn. Wel constateert de vakbond dat het een wijdverbreid fenomeen is.

"Er is geen enkele multinational die kan garanderen dat arbeidsuitbuiting niet plaatsvindt", aldus de woordvoerder. "We zien dat het recht onder onze neus gebeurt, waardoor onze constateringen waarschijnlijk het topje van de ijsberg zijn."

Uit het onderzoek blijkt onder meer dat veel chauffeurs zonder de juiste papieren aan het werk gezet worden tegen een te laag loon. Chauffeurs die klagen zijn in sommige gevallen bedreigd. Ook worden ze gedwongen veel langer dan normaal in hun eigen vrachtwagencabine door te brengen.

"Sommige chauffeurs hebben we letterlijk moeten redden. Dat waren rijdende bommen", zegt de FNV-woordvoerder. "De politiek is gezien de vele Kamermoties over dit onderwerp op de hoogte van het probleem, maar er is tot op heden niets gebeurd. Het is diep triest."