De FNV past de looneis van 5 procent aan bij bedrijven die hard geraakt worden door de coronacrisis. Bij bedrijven die niet getroffen worden of profiteren van de crisis, houdt de vakbond vast aan de eerder aangekondigde inzet voor 5 procent erbij en een minimum uurloon van 14 euro.

Dat heeft de FNV woensdag laten weten. De inzet van de bond aan de onderhandelingstafels is gericht op meer werkzekerheid in de vorm van vaste banen, behoud van werkgelegenheid en het verkleinen van inkomensverschillen.

Werknemers in vitale beroepen zouden een structurele bonus van 200 euro bruto per maand moeten krijgen. "Zo krijgen mensen in de vele ondergewaardeerde beroepen, waar in de coronacrisis flink voor is geapplaudisseerd, ook de financiële waardering die ze verdienen."

Dat gaat wat de FNV betreft om medewerkers in supermarkten en distributiecentra, de zorg, het onderwijs en de pakketbezorging.

Vorige week kwam werkgeversvereniging AWVN samen met VNO-NCW en MKB met een aangepaste arbeidsvoorwaardennota naar aanleiding van de impact van de coronacrisis. De werkgevers gaven daarin onder andere aan dat zij indien nodig willen kunnen terugkomen op eerder afgesproken loonsverhogingen.