Het kabinet, werkgevers en de vakbonden werden het vorige week eens over meer details van het nieuwe pensioenstelsel, maar daarvan is nog niet alles openbaar. Hoe staan we ervoor, wat gaat er veranderen en wanneer weten we meer? In dit stuk bespreken we wat algemene vragen en ook enkele lezersvragen die bij NUjij binnenkwamen.

Hoe staan we er nu voor?

Het akkoord van afgelopen week is een vervolg op de hoofdlijnen die in juni 2019 bekend werden. De details zijn nog niet officieel bekendgemaakt, maar de meeste vakbonden die aan de onderhandelingstafel zaten hebben ingestemd. Hun leden moeten nu ook nog instemmen met de plannen. CNV-leden deden dat eerder deze week al, FNV-leden stemmen vrijdag.

Deze vrijdag komt ook de ministerraad samen voor overleg, en de verwachting is dat minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het akkoord daarna aan de Tweede Kamer wil voorleggen. Daar wordt er nog over gediscussieerd, waarna vermoedelijk nog inhoudelijke aanpassingen gedaan kunnen worden.

Wat zijn de grote verschillen met het huidige stelsel?

Op dit moment is er een stelsel waarbij je pensioen opbouwt waarvan de hoogte vooraf wordt vastgesteld. Dat gaat veranderen in een voorspelling, en die kan tussendoor veranderen. Ook als gepensioneerde zou je jaarlijks een ander bedrag kunnen krijgen, afhankelijk van de prestaties van fondsen. Dat kan soms dus lager, maar soms ook hoger uitpakken.

Dit hangt samen met het verdwijnen van de rekenrente. Met de rekenrente berekenen pensioenfondsen of ze voldoende "in kas" hebben om de beloofde uitkeringen na te kunnen komen. Als ze precies voldoende in kas hebben, is de zogenaamde dekkingsgraad 100 procent. Als de dekkingsgraad onder een bepaald getal komt, moeten fondsen de pensioenen korten. Indexeren mag daarnaast ook niet als de dekkingsgraad onder een bepaald percentage komt.

“De discussie over welk stuk jij van het pensioengeld krijgt, verdwijnt.”
Marike Knoef, hoogleraar Universiteit Leiden

"De rekenrente is een soort verdeelknop tussen jong en oud", legt Marike Knoef, hoogleraar economie aan de Universiteit Leiden, uit. "De afgelopen jaren is bij veel fondsen niet geïndexeerd, waardoor ouderen boos werden. Maar ook jongeren waren niet blij: zij waren juist bang dat er straks niks meer voor hen in de pensioenpot zou zitten. Dit probleem zal minder worden bij het nieuwe stelsel. De discussie over welk stuk jij van het pensioengeld krijgt, verdwijnt."

De zogenoemde "doorsneesystematiek" wordt ook afgeschaft. "Op dit moment betaal je als jongere iets te veel premie voor de rechten die je terugkrijgt, terwijl je op latere leeftijd te weinig betaalt", vertelt Knoef.

"Vroeger was dat logisch: toen werkte je je hele carrière bij dezelfde werkgever, maar nu besluiten mensen soms op hun 45e zzp'er te worden. Dan heb je dus jarenlang meer betaald dan je terug zult krijgen, omdat je geen voordeel op latere leeftijd hebt. Als dit verdwijnt, sluit het stelsel beter aan bij de huidige flexibele arbeidsmarkt."

Een belangrijke conclusie is dus: de verandering maakt het pensioen onzekerder. Wat betekent dat specifiek?

Knoef: "Wat we nu doen is de pensioenen van iedereen in gelijke mate korten, bijvoorbeeld met 2 procent. Daar hebben gepensioneerden relatief veel last van, omdat 2 procent van wat je als gepensioneerde hebt opgebouwd veel meer is dan als je aan het begin van je pensioenopbouw staat."

In het nieuwe stelsel verandert de risicodeling: bij ouderen wordt de schommeling iets minder, bij jongeren is er wat meer beweging. De risicodeling wordt zo beter, vindt Knoef. "Als je jonger bent, ben je flexibeler, terwijl je als gepensioneerde niet zult zeggen: ik ga weer aan het werk."

Dat mensen schrikken van de onzekerheid is logisch en heeft emotionele redenen, denkt de hoogleraar. "Mensen willen liever een vast pensioen. Een kleine kans is dat er echt iets misgaat, wordt in het hoofd van de mensen veel groter. Als we winnen, zijn we een beetje blij, maar als we verliezen, vinden we dat heel erg. Dat blijft beter hangen."

“Mensen met zware beroepen kunnen straks tot drie jaar eerder met pensioen.”
Marike Knoef, hoogleraar Universiteit Leiden

Zware beroepen kunnen straks eerder met pensioen, maar wat houdt dat concreet in?

Op dit moment bestaat er een boete op vroegpensioen. "Dat gaat veranderen voor mensen met lage inkomens", vertelt Knoef. "Zij kunnen straks tot drie jaar voor de AOW-leeftijd met pensioen, zonder dat werkgevers daar een boete voor hoeven te betalen."

De hoogleraar vindt het een goede regeling, omdat het definiëren van een zwaar beroep lastig is. "De lage inkomensgrens geldt veelal voor mensen met een zwaarder beroep." Het wordt nu per sector bekeken wat voor criteria er komen voor vroegpensioen, zoals het aantal gewerkte jaren.

Bij de overgang naar een nieuw stelsel zouden 45-plussers benadeeld worden en voor hen zou er een overgangsregeling moeten komen. Hoe komt dat? En is er al een regeling bekend?

Dit heeft weer te maken met de doorsneesystematiek. Mensen betalen in het huidige stelsel meer aan het begin van hun pensioenopbouw, en later minder. "Die late periode komt nu niet meer, en dat is een nadeel voor mensen boven de 45", legt Knoef uit.

Toch hoeft deze leeftijdsgroep niet te vrezen, omdat hier een oplossing voor wordt gezocht. "Hoe precies, weten we nog niet, en het verschilt ook per fonds. Maar uit de stukken die naar buiten zijn gekomen wordt wel duidelijk dat er zal worden gecompenseerd."