De Amerikaanse beurzen zijn donderdag diep in het rood gedoken, onder meer vanwege zorgen over een stijging van het aantal besmettingen met het coronavirus in bepaalde delen van het land. Het gaat om de grootste daling in drie maanden tijd.

De Dow Jones-index daalde met bijna 7 procent naar 25.128,17 punten. En de S&P 500 kelderde met bijna 6 procent naar 3002,10 punten. Technologiebeurs Nasdaq sloot ruim 5 procent in de min en belandde - een dag na de hoogst genoteerde stand ooit - weer onder de 10.000 punten.

De aandelenindexen, die in maart historische dalingen vertoonden vanwege de uitbraak van COVID-19 en de daaropvolgende lockdown, klommen juist de afgelopen maanden weer omhoog doordat het virus onder controle leek te komen.

De afgelopen dagen is het aantal besmettingen echter in ongeveer de helft van de staten weer gestegen, meldde persbureau AP eerder op donderdagavond. Dit hangt samen met het feit dat er meer wordt getest, maar komt mogelijk ook door de versoepelingen van maatregelen.

Daarnaast werden donderdag het aantal nieuwe aanvragen voor een werkloosheidsuitkering bekendgemaakt. Dit aantal is vorige week wel gedaald, maar er is met ruim 1,5 miljoen aanvragen nog geen reden tot optimisme. Ook zijn de beleggers de woorden van Fed-voorzitter Jerome Powell nog niet vergeten. De voorzitter van de centrale bank van de VS waarschuwde woensdag dat de Amerikaanse economie nog een lange weg te gaan heeft.