Het handelsverdrag CETA tussen de Europese Unie en Canada is volgens een groep Nederlandse rechtsgeleerden in strijd met de grondwet, schrijven dertig hoogleraren, advocaten en andere juristen in een maandag gepubliceerde open brief aan de Eerste Kamer.

De senaat buigt zich binnenkort over het omstreden handelsverdrag. De brief is ondertekend door onder anderen hoogleraar staatsrecht Jerfi Uzman aan de Universiteit Utrecht en advocaat Bénédicte Ficq.

"De rechtsgeleerden maken bezwaar tegen het voor CETA in het leven geroepen internationale arbitragehof", aldus belangenorganisatie Milieudefensie, die de brief mede heeft ondertekend. Het arbitragehof is volgens de ondertekenaars een "onnodig parallel rechtssysteem ter bescherming van de belangen van buitenlandse investeerders".

Het arbitragehof zou in strijd zijn met de Nederlandse grondwet, omdat daarin staat dat Nederlandse rechters in kwesties met buitenlandse investeerders bevoegd zijn. Ook andere wetgevende bevoegdheden zouden aan "ambtelijke CETA-werkgroepen worden overgedragen". CETA zou bedrijven te veel macht geven.

Canada en de EU sloten in 2017 de Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA). Het verdrag moet de handel tussen beide handelsmachten vergemakkelijken. In de overeenkomst staan niet alleen afspraken over de afschaffing van tarieven, maar ook over juridische kwesties.