In de eerste volledige maand waarin Nederland in de gedeeltelijke lockdown zat, deden bouwmarkten en supermarkten goede zaken. Voor kleding- en schoenenwinkels was het juist een hele slechte maand, blijkt uit de vrijdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de detailhandelsverkopen in de maand april.

Overall kwam de omzet die maand maar iets lager uit dan in dezelfde maand vorig jaar, toen er niets aan de hand was. De verschillen tussen de sectoren zijn echter groot. Bovendien nam de waarde van de spullen die online werden verkocht met maar liefst 61 procent toe vergeleken met een jaar eerder.

In maart waren consumenten al massaal aan het klussen geslagen. Dat ging in april verder, merkten de bouwmarkten. "Deze winkels noteerden de grootste omzetstijging sinds het begin van de publicatie van de cijfers in 2005", aldus het CBS. "De kleding- en schoenenwinkels boekten daarentegen een nog groter omzetverlies dan een maand eerder."

De contrasten tussen sectoren zijn groot

De daling van de omzet in de non-food was met bijna 16 procent de grootste sinds januari 2005, toen deze cijfers voor het eerst werden gepubliceerd. "Binnen de non-foodsector zijn de contrasten groot", concludeert het CBS.

Behalve bouwmarkten en kleding- en schoenenzaken behoren daar ook bijvoorbeeld drogisterijen en elektronicazaken toe. Drogisterijen deden het volgens het CBS niet goed en elektronicazaken net als bouwmarkten juist weer wel.

In de foodsector realiseerden zowel supermarkten als speciaalzaken, zoals de slagerij en de groentewinkel, in april een hogere omzet. Bij de supermarkten ging het om een stijging van 6,6 procent, bij speciaalzaken kwam 2,2 procent meer aan inkomsten binnen.