Meerdere gemeenten zien af van de terrasbelasting voor horecazaken, of denken hierover na. Horecabedrijven betalen gewoonlijk een zogenoemde precarioheffing voor hun terrassen op gemeentegrond.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseerde meteen bij aankondiging van de eerste coronamaatregelen aan gemeenten om "zo coulant mogelijk" te zijn als het gaat om deze heffingen, vertelt een woordvoerder. Dat advies is in diverse regio's ter harte genomen, hoewel de vereniging niet precies weet hoe groot het coulante aandeel is op alle 355 Nederlandse gemeenten.

Branchevereniging Koninklijke Horeca Nederland (KHN) ziet het beleid in elk geval in verschillende regio's terug, en is erover te spreken omdat veel ondernemers in de financiële problemen zijn geraakt door de coronacrisis. "De inkomsten zijn nagenoeg weggevallen terwijl de vaste lasten doorlopen."

'Uitstel van heffing is uitstel van het probleem'

Door sommige gemeenten wordt de terrasheffing echter slechts opgeschoven. "Het uitstel van de heffing van de lokale belastingen is belangrijk, maar dit is het uitstellen van het probleem", zegt KHN hierover. Het zou de weerbaarheid van lokale economieën schaden. Kwijtschelding zou de oplossing zijn.

De branchevereniging pleit er verder voor om tijdelijk elke belasting die gerelateerd is aan het uitoefenen van een horecabedrijf stop te zetten, omdat ondernemers nu simpelweg geen inkomsten hebben. Hieronder valt bijvoorbeeld de toeristenbelasting.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) moest er in 2020 opgeteld 283 miljoen euro aan precariobelasting binnenkomen bij Nederlandse gemeenten. De belasting geldt voor alles op en in gemeentegrond, dus ook voor bouwsteigers en leidingen. Doordat die bedragen allemaal bij elkaar opgeteld worden, is niet duidelijk hoeveel geld er precies geïnd wordt voor terrassen.

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.