Het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat normaal niet reageert op uitspraken van nationale rechters, fluit vrijdag het Duitse grondwettelijke hof terug met betrekking tot een uitspraak die te maken heeft met de Europese Centrale Bank (ECB).

De Duitse rechter oordeelde afgelopen week dat een regeling waar het Europese Hof al zijn zegen aan had gegeven, niet onomstreden is.

Het Hof van Justitie laat vrijdag weten dat het talrijke vragen heeft gekregen naar aanleiding van het arrest van de Duitsers. En zegt "in herinnering te brengen" dat het Hof "als enige de bevoegdheid heeft om vast te stellen dat een handeling van een instelling van de Unie in strijd is met het Unierecht". De Europese Centrale Bank (ECB) is een voorbeeld van een instelling van de Unie.

De zaak waar het over gaat, betreft een opkoopprogramma van de ECB, het zogenoemde public sector purchase programme (pspp). Dit was eerder getoetst en goed bevonden door de rechters die de Europese Unie (EU) vertegenwoordigen.

Verschil van inzicht brengt eenheid in gevaar

De Duitse rechter stelde afgelopen week dat er aanvullende uitleg nodig is waarom dit opkoopprogramma nodig is en stelde dat als dit bewijs niet wordt geleverd, Duitsland geen bijdrage meer mag leveren. Duitsland levert als grootste economie in Europa ook de grootste bijdrage binnen de ECB.

Met het opkoopprogramma wordt schuldpapier van landen door de ECB opgekocht, waarmee de rente op die leningen laag blijft.

Het Europese Hof legt vrijdag uit dat verschil van inzicht van rechtbanken in de landen van de EU "de eenheid van de rechtsorde van de Unie in gevaar kunnen brengen en afbreuk kunnen doen aan de rechtszekerheid".