De Nederlandse economie groeide in 2019 met 1,8 procent, blijkt uit het jaaroverzicht De Nederlandse economie in 2019 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De cijfers van vrijdag zijn de definitieve voor 2019. Uit de tweede berekening van maart kwam al een groei van 1,8 procent.

De groei lag minder hoog dan in de vier voorgaande jaren, maar de Nederlandse economie groeide wel harder dan die van omringende landen als Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk.

De stijging van de Nederlandse economie komt voort uit het feit dat Nederlanders meer zijn gaan werken: het totale aantal gewerkte uren lag namelijk 2 procent hoger dan in 2018, schrijft het CBS. Wel nam de arbeidsproductiviteit met een daling van 0,2 procent iets af.

Nederlanders werkten in totaal meer uren, omdat simpelweg meer mensen een baan hadden. Het CBS schrijft dat met meer dan 9,5 miljoen werkenden in 2019 "meer mensen aan het werk waren dan ooit".

2019 jaar van uitersten op de arbeidsmarkt

Uit de cijfers van het statistiekbureau blijkt dat 2019 een jaar van uitersten was: naast het recordaantal werkenden lag het aantal vacatures met gemiddeld 281.000 op de hoogste stand ooit gemeten, terwijl het aantal werklozen juist daalde tot de laagste stand sinds 2002.

De groei van het aantal vacatures en de daling van het aantal werklozen leidden tot een krappere arbeidsmarkt. Het aantal werklozen per vacature daalde naar 1,1, waarmee de arbeidsmarkt volgens het CBS waarschijnlijk sinds 1971 niet meer zo krap is geweest.

De krapte op de arbeidsmarkt leidde vervolgens tot een stijging van de lonen. De cao-lonen stegen vorig jaar gemiddeld met zo'n 2,6 procent, de grootste stijging in tien jaar tijd.