Jaarlijks levert de Koningsdagvrijmarkt verkopers van oude spullen een omzet van enkele honderden miljoenen euro's op. Door de coronacrisis gaat de vrijmarkt echter niet door en zullen de zolderkamers wat langer onopgeruimd blijven. Het niet doorgaan van de vrijmarkt zal de Nederlandse economie dus miljoenen kosten, toch?

Het is een van de vaste ingrediënten van een geslaagde Koningsdag: over de vrijmarkt struinen en voor een habbekrats iets vinden wat je nou net graag wil hebben. Nederlanders doen dit graag: ING schreef in 2018 dat vrijmarktverkopers dat jaar een omzet van 305 miljoen euro verwachtten.

Maar is de aanschaf van een nieuwe oude fiets, een tweedehands boek of een perfect passend spijkerjack ook goed voor de economie? Niet echt, concludeert ING-econoom Marten van Garderen. "Eigenlijk is het voor de economische groei alleen goed als je iets koopt, iets nieuws dat ook nog echt gemaakt moet worden", legt Van Garderen uit.

De economische bijdrage van het voor een paar centen kopen van tweede- of soms wel derdehandsspullen is dus minimaal. Het economische effect komt van het beetje consumptie dat het uitlokt. "Stel, Ik geef jou 100 euro voor een fiets die anders stof staat te happen, met die 100 euro kun jij weer dingen kopen", zegt de ING-econoom.

Hiervan wordt echter maar een deel opnieuw uitgegeven: uit het ING-onderzoek uit 2018 blijkt dat 35 procent van de verkopers het verdiende bedrag weer verwacht uit te geven. 17 procent verwachtte slechts een deel uit te geven.

Bij de Koningsdagvrijmarkt staan de economische effecten dus niet centraal. "Het levert vooral een opgeruimde zolder op en je maakt iemand blij met nieuwe spullen", sluit Van Garderen af.