Philips zag de vraag naar apparaten die worden gebruikt bij de diagnose en behandeling van COVID-19 in het eerste kwartaal flink toenemen. Bij de divisies Connected Care en Diagnosis & Treatment, waar onder meer beademingsapparatuur en monitoren onder vallen, nam de vraag met 23 procent toe.

Dat heeft Philips maandag bekendgemaakt bij de publicatie van de cijfers over de eerste drie maanden van dit jaar. "Het begin van 2020 werd gekenmerkt voor de uitbraak van COVID-19 en we hebben onze middelen sinds januari ingezet om tegemoet te komen aan deze niet eerder vertoonde uitdaging", zegt bestuursvoorzitter Frans van Houten van Philips.

"We investeren meer dan 100 miljoen euro om de productievolumes op te voeren." In andere segmenten ziet het concern uit Eindhoven de vraag juist afnemen als gevolg van de uitbraak van het coronavirus. Dat was het eerst zichtbaar in China en de rest van Azië, waar het virus begon. Sinds maart wordt dat ook zichtbaar in de rest van de wereld.

Om aan de ongekende vraag naar beademingsapparatuur tegemoet te komen, introduceerde Philips onlangs een simpelere versie, de E30. Die kan in geval van nood gebruikt worden, wanneer de meer geavanceerde apparatuur niet voorhanden is. De productie van dit nieuwe apparaat is in april begonnen en kan op grote schaal gemaakt worden. Het bedrijf wil er zo'n 15.000 per week maken.

De omzet van Philips kwam over het eerste kwartaal uit op 4,2 miljard euro, het resultaat op 42 miljoen euro.