Honderden KLM-piloten wonen in het buitenland en betalen daarom veel minder inkomstenbelasting aan de Nederlandse staat, meldt Nieuwsuur zaterdag. Eerder kwam KLM al in opspraak omdat het de bonus van topman Pieter Elbers wilde verhogen, terwijl de overheid spreekt over miljarden euro's aan staatsteun voor het bedrijf.

Ongeveer één op de tien KLM-piloten woont in het buitenland en vliegt goedkoop naar Schiphol om daar te werken, blijkt uit navraag van Nieuwsuur bij het luchtvaartbedrijf. KLM laat weten dat het zo'n 350 piloten betreft van de ruim drieduizend.

Meerdere belastingadviseurs zeiden in gesprek met Nieuwsuur dat ze piloten helpen met hun vestiging in het buitenland. Spanje zou met name populair zijn bij vliegers, die daar vrijstelling kunnen krijgen van tienduizenden euro's op hun inkomstenbelasting.

De constructie wordt zo regelmatig gebruikt, dat een Amsterdamse belastingadviseur een vaste samenwerking heeft met een kantoor in Spanje, om Nederlandse piloten bij te staan, meldt Nieuwsuur.

Kamerleden kritisch op ontwijking

In de Tweede Kamer klonk felle kritiek op de belastingontwijking, onder meer van de PvdA, SP en Partij voor de Dieren.

Volgens de partijleden is het niet de bedoeling dat KLM de vruchten plukt van staatsteun, terwijl het met goedkope woon-werkvluchten belastingontwijking faciliteert.

"Ze wonen met honderden in het buitenland om belasting in Nederland te ontwijken en daar gaan we wat ons betreft als staat niet aan meebetalen", zei PvdA-Kamerlid Henk Nijboer

KLM wilde bonus verhogen

Eerder op de dag kwam het luchtvaartbedrijf onder vuur omdat het van plan was het bonusplafond van KLM-topman Pieter Elbers te verhogen.

Verschillende partijen, waaronder regeringspartij D66, willen KLM alleen maar steunen als er harde voorwaarden aan het miljardenbedrijf worden gesteld.

AirFrance-KLM staat op het punt gered te worden door de Franse en Nederlandse overheid vanwege de enorme terugloop aan vluchten door de coronacrisis.

Momenteel zou een bedrag van 18 miljard euro aan bankleningen besproken worden. Nederland en Frankrijk zouden dan voor deze leningen garant staan.