De olieprijs is gekelderd en sommige soorten zijn in jaren niet zo goedkoop geweest. Zo dook de prijs van de oliesoort West Texas Intermediate voor het eerst sinds jaren onder de 20 dollar (ongeveer 18,28 euro) per vat. Brent, de andere belangrijke maatstaf, deed het niet veel beter.

Dat de uitbraak van het coronavirus zo'n impact zou hebben, had niemand kunnen voorspellen. De gevolgen van het productieoverschot echter wel.

Een beproefd middel om de prijzen op peil te houden bij een lage prijs is het terugschroeven van de olieproductie en daarmee het aanbod. Normaliter maakt organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) daar, al dan niet samen met landen die geen lid zijn, afspraken over.

Onderhandelingen tussen OPEC en Rusland over productiebeperkingen liepen eerder in maart stuk, waarna Saoedi-Arabië een prijzenoorlog ontketende door de olie met forse kortingen aan te bieden.

De almaar groeiende economische impact van het coronavirus en de teruglopende vraag naar olie hebben zodoende een fors overschot doen ontstaan, met nog meer neerwaartse druk op de prijzen. De olieprijzen zijn sinds begin dit jaar dan ook met ruim 50 procent gedaald.

Opslagcapaciteit bijna verbruikt

Een bijkomend probleem is dat de wereldwijde opslagcapaciteit aan zijn maximum komt. Bij lage olieprijzen is het niet ongebruikelijk om olie op te slaan, om zo te wachten op betere tijden (en prijzen). Dat gebeurt normaliter in de bekende opslagtanks, maar in tijden van nood ook in grote olietankers of raffinaderijen.

Inmiddels zijn er bijna geen opslagmogelijkheden meer, waardoor de prijzen nog verder dalen. Zeker op plekken waar het winnen van olie relatief kostbaar is, zie je nu dat boorinstallaties opgeborgen worden of dat olieputten zelfs afgesloten worden.

Een van die plekken is de Verenigde Staten, die zich de afgelopen jaren hebben opgewerkt tot de grootste olieproducent ter wereld.

De wereldwijde opslagcapaciteit raakt in rap tempo op.

Strijd om marktaandeel

Analisten houden er rekening mee dat Saoedi-Arabië en Rusland niet zozeer elkaar in het vizier hebben, maar door middel van hun prijzenoorlog marktaandeel willen heroveren op de Verenigde Staten.

Dat kan Saoedi-Arabië dankzij de eigen financiële reserves langer volhouden dan Rusland, hetgeen mogelijk verklaart waarom president Donald Trump en zijn Russische ambtsgenoot Vladimir Poetin inmiddels toenadering hebben gezocht.

De VS, Rusland en Saoedi-Arabië zijn echter niet de enige die hun productie flink hebben opgeschroefd in het afgelopen decennium. Ook in Brazilië, Canada, Irak, Iran (zij het kortstondig) en Kazakhstan gingen fors meer produceren.

Ineenstorting van prijzen

Dat overschot leidde in 2014 voor het eerst tot een ineenstorting van de olieprijzen. De dalende trend die toen ingezet is, is in feite nog steeds aan de gang. De oplevingen van de olieprijzen waren immers steeds kortstondig. Ze hadden ook minder met de wereldwijde vraag van doen, maar eerder met zaken als de onrust in Venezuela en de sancties tegen Iran.

Het aanbodoverschot is ook niet zomaar verdwenen, zeker aangezien de economische motor van China al een poosje langzamer draait dan eerder dit decennium, de groei in de EU al twee jaar matig is en Japan nauwelijks nog groeit.

Een robuust herstel van de olieprijzen lag al niet in de lijn der verwachting, maar met de uitbraak van het coronavirus is de meest ongelukkige samenloop van omstandigheden inmiddels realiteit.

Crude Oil Prices - 70 Year Historical Chart