Nu Europa zucht onder de coronacrisis, komen ook oude discussies weer bovendrijven: zijn we bereid andere landen financieel tegemoet te komen? Net als tien jaar geleden ten tijde van de eurocrisis, is ook nu weer de vraag tot hoe ver de Europese solidariteit reikt.

Stijgende rentes van Zuid-Europese landen. Dat beeld kennen we van tien jaar geleden toen de financiële crisis uitmondde in een discussie of landen de eurozone zouden moeten verlaten.

En stadium daarvoor waren er noodpakketten opgetuigd voor Griekenland, Spanje, Portugal, Ierland en Cyprus. Valt het ene euroland om, dan wordt uiteindelijk iedereen geraakt, en steun werd niet zonder hervormings- en bezuinigingsgaranties gegeven. Zo kon het overmaken van geld naar met name de Zuid-Europese landen worden verdedigd in onder meer Nederland en Duitsland.

Nu is de crisis van een heel andere aard. Het coronavirus is een gezamenlijke vijand die ons allemaal overkomt. Dat heeft niets te maken met een frauduleuze boekhouding, het overtreden van begrotingsregels of het niet door willen voeren van hervormingen.

Toch is de discussie hetzelfde. Noord-Europese landen, met Nederland en Duitsland voorop, werken niet mee aan steunmaatregelen waar vooral Zuid-Europese landen van profiteren.

Het Europese noodfonds (ESM), in 2012 opgericht om eurolanden in nood te helpen, is zo'n steunmaatregel en heeft ongeveer 410 miljard euro tot zijn beschikking. Maar is het geschikt om de coronacrisis te bestrijden?

Italië en Spanje woedend over Nederlands nee tegen coronabonds

Premier Mark Rutte was daar donderdag in het Kamerdebat over het coronavirus voorzichtig positief over. "We kijken natuurlijk precies hoe je het ESM hiervoor kunt gebruiken als dat nodig is. Maar dat kun je ook maar een of twee keer doen, want dan is dat ook leeg", zei Rutte. Ook de Duitse Bondskanselier Angela Merkel verwees deze week naar het ESM als mogelijk crisisinstrument.

Toch zijn met name de Italianen en de Spanjaarden, twee landen die hard door het coronavirus zijn geraakt, ontevreden over de financiële hulp die donderdagavond werd geboden tijdens een videoconferentie tussen de Europese leiders.

Dat had betrekking op een ander financieel instrument dat nog niet bestaat, namelijk het door eurolanden gezamenlijk uitgegeven schuldpapier, oftewel eurobonds. In deze tijden omgedoopt tot 'coronabonds'.

Bij eurobonds wordt niet de kredietrating van één land, maar die van de hele eurozone gebruikt om de rente te bepalen. Dat is voordelig voor landen die nu een lage kredietrating hebben, zoals Italië, maar nadelig voor landen die er financieel goed voor staan, zoals Nederland.

Gezamenlijk schuldpapier uitgeven was voor Nederland en Duitsland tijdens de eurocrisis al een brug te ver en dat is het nu nog steeds. Tot woede van de Italiaanse premier Giuseppe Conte. Hij wil de coronacrisis volgens volgens Brusselse nieuwssite Politico met "innovatieve financiële instrumenten" bestrijden.

Conte eiste samen met de Spaanse premier Pedro Sánchez dat er binnen tien dagen een beter voorstel op tafel ligt.

Eurobonds vooral gunstig voor Zuid-Europese landen

De renteverschillen tussen noord en zuid liepen in het begin van de coronacrisis op, zoals dat de afgelopen jaren altijd gebeurt in crisistijd. Pas nadat de Europese Centrale Bank (ECB) vorige week een steunprogramma van 750 miljard euro aankondigde, normaliseerde de situatie enigszins.

Noordelijke eurolanden vrezen dat met het uitbrengen van eurobonds de prikkel om te hervormen en te bezuinigen wegneemt. Nu worden landen die hun financiën niet op orde hebben 'gestraft' met een hoge rente.

We hebben nu alleen te maken met een gezondheidscrisis waardoor hervormen en bezuinigen helemaal niet op de agenda staat. De argumenten on het af te wijzen zijn dan ook anders dan tijdens de eurocrisis.

Rutte: 'Ik zie niet wat eurobonds bijdragen aan de oplossing'

"Hier en daar leven de gedachten van eurobonds. Ik zie werkelijk niet wat die gaan bijdragen aan het oplossen van deze crisis. Daar zijn we dus niet voor", zei Rutte donderdagmiddag in de Kamer, enkele uren voordat hij per video zijn Europese ambtsgenoten zou spreken.

"Een hele groep landen is niet voor eurobonds", voegde de premier daar nog aan toe. Hij negeerde daarmee de gezamenlijke oproep van negen eurolanden, waaronder Frankrijk en België, van afgelopen woensdag om hier juist wel over na te denken.

De oproep overtuigt ook Merkel niet. "Dit is niet het standpunt van alle EU-lidstaten", zei de bondskanselier. Daarmee is de discussie voor nu even uitgesteld, maar komt onherroepelijk weer terug.