Het begrotingsoverschot is in 2019 op 1,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) uitgekomen: omgerekend zo'n 14 miljard euro. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag op basis van nieuwe cijfers over de overheidsfinanciën. Het is het vierde jaar op rij dat er meer geld binnenkomt dan er werd uitgegeven.

Door de hogere inkomsten daalde de overheidsschuld naar 48,6 procent van het bbp. Het is voor het eerst sinds de start van de crisisjaren in 2008 dat de schuldquote weer onder de 50 procent uitkomt.

Met het begrotingsoverschot en de lagere overheidsschuld voldoet de Nederlandse Staat ruim aan de Europese normen. Volgens Europese begrotingsregels mag de overheid een begrotingstekort van maximaal 3 procent en een maximale schuld van 60 procent van het bbp hebben.

De lagere overheidsschuld biedt de overheid voldoende ruimte om extra geld te lenen. Minister van Financiën Wopke Hoekstra maakte vorige week bekend dat er de komende drie maanden tussen de 45 en 65 miljard euro extra geleend moet worden als gevolg van de maatregelen om bedrijven door de coronacrisis heen te loodsen.