Inmiddels hebben er bijna 80.000 Nederlandse ondernemingen werktijdverkorting aangevraagd. De grote vraag leidde er maandag zelfs toe dat de speciale pagina van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) er even uit lag. Maar wat houdt het precies in en waarom is de vraag ernaar zo groot? Vijf vragen over de werktijdverkorting.

Laten we bij het begin beginnen: wat is werktijdverkorting precies?

De naam zegt het eigenlijk al. Werktijdverkorting is een regeling waarvoor bedrijven bij bijzondere omstandigheden kunnen aankloppen bij het ministerie om de werktijd van hun personeel in te korten.

Personeel dat minder uren maakt, ontvangt dan een uitkering voor de niet-gewerkte uren. Nu betaalt de overheid bij werktijdverkorting in de eerste twee maanden 75 procent van het laatst verdiende loon voor de werkgever, dat is dinsdag door het kabinet verruimd naar 90 procent. Zo hoeven werkgevers minder geld bij te betalen.

Waar de regeling eerder nog alleen gebruikt kon worden voor vaste werknemers, geldt deze regeling na dinsdag ook voor oproepkrachten en flexwerkers (nulurencontracten). Voorwaarde is wel dat werkgevers de werknemers niet ontslaan en maximaal blijven doorbetalen.

Wanneer is er sprake van een bijzondere omstandigheid?

Wanneer een gebeurtenis die niet onder het ondernemersrisico valt een bedrijf hard raakt. De uitbraak van het coronavirus is hier een goed voorbeeld van.

Om ervoor in aanmerking te komen moet je als bedrijf kunnen aantonen dat jouw personeel ten minste 2 en maximaal 24 weken veel minder werk te verzetten heeft. Ook moet er voor minstens 20 procent van het personeel helemaal geen werk meer zijn.

Waarom is er nu zo veel vraag naar?

Dat komt uiteraard door het COVID-19-virus. Door de uitbraak heeft de regering afgelopen weekend besloten dat een groot deel van de horeca de deuren moest sluiten. Ook zijn plaatsen als sportclubs, musea, bioscopen en bepaalde winkels minder vaak of zelfs helemaal niet open. Met economische problemen als gevolg.

Waarom bestaat de regeling?

Om bedrijven ademruimte te geven als ze een schok te verwerken krijgen. Door werktijdverkorting aan te vragen besparen ze geld en hoeven bedrijven niet direct over te gaan op het ontslaan van personeel. Na een crisisperiode kunnen ze dan meteen weer op volle toeren draaien.

Wie willen gebruikmaken van werktijdverkorting?

Nou, volgens de laatste cijfers van het ministerie hebben inmiddels ruim 78.000 ondernemingen zich aangemeld voor de werktijdverkortingsregeling. En dat is veel: het ministerie schrijft dat per jaar gemiddeld honderd tot tweehonderd bedrijven gebruikmaken van de regeling, na bijvoorbeeld een brand in een bedrijfspand of blikseminslag.

De meest bekende Nederlandse onderneming die hier gebruik van wil maken is KLM. De luchtvaartmaatschappij zei vrijdag voor alle 33.000 personeelsleden in Nederland werktijdverkorting aan te willen vragen. Door de reisbeperkingen en terugloop van de vraag verkeert de multinational in financieel zwaar weer.

Naast horecazaken, bioscopen, musea en KLM hebben ook enkele voetbalclubs werktijdverkorting aangevraagd. PSV is er daar één van. Alle werknemers van de Eindhovense club zitten thuis nadat het kabinet zondag besloot dat sportclubs en trainingsfaciliteiten tot 6 april gesloten moeten blijven. Ook Willem II, RKC Waalwijk, FC Den Bosch, De Graafschap en Go Ahead Eagles hebben werktijdverkorting en WW aangevraagd voor spelers en personeel.