De 21 waterschappen in Nederland verwachten dit jaar ruim 3 miljard euro aan heffingen te innen. Dat is 4,6 procent meer dan in 2019, de grootste stijging sinds de invoering van het huidige belastingstelsel in 2009. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag, op basis van de begrotingen van de waterschappen.

Huishoudens betalen ruim drie kwart van de heffingen, wat neerkomt op 2,3 miljard euro. "De rest komt voor rekening van boeren en bedrijven", aldus het CBS. De consument kan de aanslag voor de waterschapsbelasting een dezer dagen op de mat verwachten, samen met de WOZ-waardebepaling en de aanslag voor de OZB.

De waterschappen gebruiken de heffingen voor de uitvoering van hun kerntaken: zorgen dat er genoeg en schoon water is en Nederland beschermen tegen het water.

Dit jaar hebben de waterschappen volgens het CBS 1,6 miljard euro, 5,2 procent meer dan vorig jaar, begroot voor de bescherming tegen hoogwater en wateroverlast en om te zorgen voor voldoende oppervlaktewater van goede kwaliteit.

Beschermen tegen hoogwater in de Maas

"De opbrengst van de zuiveringsheffing voor de zuivering van afvalwater stijgt in 2020 met 4 procent naar 1,4 miljard euro", meldt het CBS. De heffingen gaan in Limburg en Friesland het meest omhoog. In Limburg is de verhoging nodig zodat het waterschap kan investeren in bescherming tegen hoogwater in de Maas. CBS: "Tegen wateroverlast maar ook in oplossingen voor waterbeschikbaarheid in droge periodes."

"Ook het Friese waterschap heeft meer geld nodig om te investeren in de watersystemen om voorbereid te zijn op onder meer natte periodes en langdurige droogte. Daarnaast beheert het waterschap 200 kilometer zeedijk", zegt het CBS. De andere waterschappen hebben te maken met dezelfde soort uitdagingen.

"Waterschappen zeggen dat onder andere natte winters en droge zomers zorgen voor nieuwe opgaven voor waterschappen", aldus het CBS. "Ook aangescherpte of vernieuwde wetgeving kunnen leiden tot extra kosten en/of investeringen."