In 2020 halen gemeenten naar verwachting in totaal 411 miljoen euro toeristenbelasting binnen, wat 117 miljoen meer is dan in 2019. Ongeveer de helft hiervan, zo'n 199 miljoen euro, komt voor de rekening van Amsterdam. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag op basis van nieuwe gemeentelijke heffingscijfers.

Voor de hoofdstad betekent de stijging dat de toeristenbelasting voor het eerst meer oplevert dan de onroerende zaakbelasting (ozb). Die brengt dit jaar naar verwachting 178 miljoen euro in het laatje. Tot 2020 overtroffen de toeristenbelastingen alleen op de Waddeneilanden en kustgemeente Veere de ozb-inkomsten.

Alle gemeentelijke heffingen leveren bij elkaar opgeteld dit jaar 10,8 miljard euro op; 6,3 procent meer dan in 2019. Hiervan zijn de ozb, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing de belangrijkste. Samen zijn deze naar verwachting goed voor 8 miljard euro.

De begrote opbrengst van de onroerende zaakbelasting neemt dit jaar naar verwachting toe met 4,7 procent, tot 4,3 miljard euro. De ontwikkeling van het aantal panden, de tarieven en de waarde van onroerend goed - ook wel de WOZ-waarde genoemd - zijn van invloed op de ozb-opbrengst.

Parkeerheffingen brengen 1 miljard euro op

Parkeerheffingen brengen in 2020 naar verwachting 1 miljard euro op, wat bijna 10 procent meer is dan in 2019. Een belangrijk deel van de stijging komt door Amsterdam, met een plus van 39 miljoen euro, Rotterdam (13 miljoen euro) en Den Haag (12 miljoen euro).

De inkomsten uit de ozb en de toerismebelasting behoren tot de algemene middelen van de gemeenten. Dit betekent dat dit geld voor alle taken en voorzieningen kan worden ingezet. Dat geldt niet voor de afvalstoffen- en rioolheffing, waarvan de opbrengsten worden opgehaald voor specifieke doelen.