De eigenaren van Eneco willen dat Mitsubishi Corporation - de koper van het energiebedrijf - gaat praten met Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog dwangarbeid voor Mitsubishi moesten verrichten, schrijft Trouw maandag. Het gaat om de 44 gemeenten die Eneco bezitten.

Een woordvoerder van de aandeelhouderscommissie van Eneco zegt tegen Trouw dat de aandeelhouders de "schokkende en aangrijpende verhalen" van krijgsgevangen kennen.

Deze verhalen zijn gedeeld met de Mitsubishi Corporation. Daarbij werd het Japanse concern verzocht om contact te zoeken met de slachtoffers en hun vertegenwoordigers. Het is onduidelijk of ook om excuses of compensatie is gevraagd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden naar schatting 7.300 Nederlandse krijgsgevangenen vanuit het tegenwoordige Indonesië verplaatst naar Japan, waar zij moesten werken als dwangarbeider. Een deel van hen, minstens 661, moest werken in de mijnen en scheepswerven die behoorden tot bedrijven van Mitsubishi.

De huidige Mitsubishi Corporation werd pas opgericht na de oorlog. De Amerikanen hadden het oude Mitsubishi opgesplitst, omdat het volgens hen een vijandig bedrijf was. De onderdelen werden later weer samengevoegd tot een corporatie.

Mitsubishi kocht Eneco voor 4,1 miljard

Eind november werd bekend dat het energiebedrijf Eneco voor 4,1 miljard euro zou worden overgenomen door Mitsubishi. 80 procent van de aandelen gaat naar het bedrijf en de rest gaat naar het Japanse energiebedrijf Chubu. De gemeenten moeten nog wel definitief instemmen met deze overname. Enkele gemeenten hebben dit al gedaan.

Het oorlogsverleden van Mitsubishi bleek niet bij de besprekingen te zijn behandeld, schrijft Trouw. Zeker elf voormalige Nederlandse dwangarbeiders leven nog. Of Mitsubishi daadwerkelijk met hen in gesprek gaat, is onbekend.

In de Verenigde Staten, China en Zuid-Korea heeft het Japanse bedrijf al excuses aangeboden voor de dwangarbeid. In China en Zuid-Korea wisten slachtoffers via een rechtszaak ook compensatie af te dwingen.