In 2020 gaan werkenden met kinderen er qua koopkracht het meest op vooruit, met zo'n 1,5 tot 2,5 procent. Sommige gezinnen gaan er zelfs tussen de 3,5 en 4,5 procent op vooruit, meldt het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) donderdag op basis van de laatste berekeningen.

De cijfers komen grotendeels overeen met de schatting van september.

De prijzen stijgen naar verwachting dit jaar met 1,6 procent, terwijl de gemiddelde loonstijging 2,8 procent bedraagt. Bovendien profiteren mensen die werken van de hogere arbeidskorting die is ingevoerd.

Niet-werkenden zien daarentegen de koopkracht maar nauwelijks omhooggaan, met een stijging van onder de 1 procent. Hieronder vallen ook mensen met een bijstandsuitkering. Dit betekent volgens het Nibud dat deze groep er per maand slechts 10 tot 20 euro op vooruitgaat.

Voor gepensioneerden met alleen AOW of een klein pensioen, geldt hetzelfde. Bij hen blijft de stijging ook achter doordat de pensioenen niet worden geïndexeerd, zoals eerder ook al het geval was.

Huurtoeslag en kinderbijslag voor meer mensen

Er zijn enkele belangrijke veranderingen die van invloed zijn op de koopkracht. Zo is de harde inkomensgrens voor de huurtoeslag verleden tijd: bij een oplopend inkomen, loopt de toeslag stapsgewijs af. Dit betekent dat meer huishoudens aanspraak kunnen maken op de toeslag. Verder zal voor veel huishoudens de energierekening omlaaggaan, vanwege de verlaagde energiebelasting.

Voor huishoudens met kinderen maakt het kindgebonden budget een verschil dit jaar. Meer mensen kunnen er namelijk aanspraak op maken, doordat de inkomensgrens is verhoogd. Ook zijn de regels voor kinderbijslag voor oudere kinderen iets versoepeld.

Het Nibud raadt mensen aan om het verzamelinkomen van 2018, dat de Belastingdienst aanhoudt om de toeslag te berekenen, wel te controleren. Zo hoeven ouders later geen geld terug te betalen.