Ondanks de opkomst van online winkelen gaat het goed met wijkwinkelcentra, schrijft vastgoedadviseur Colliers zaterdag in een analyse over wijkwinkelcentra tussen 2004 en 2019. Meer dan 80 procent van de onderzochte centra trekt voldoende klandizie. Bij slechts 34 winkelcentra staan veel winkels langdurig leeg.

Wijkwinkelcentra verschillen van gewone winkelstraten wat betreft het soort winkels dat je er treft. Waar je in een normale winkelstraat bijvoorbeeld meer kledingzaken treft, bestaan buurtwinkelcentra meer uit zaken die gericht zijn op lokale inwoners, zoals supermarkten, bakkerijen en kappers.

De laatstgenoemde groep is volgens Colliers erg in opkomst. De vastgoedadviseur schrijft dat er in de onderzochte vijftien jaar in Nederland 463 kapperszaken bij zijn gekomen. Ook het aantal bezorg- en afhaalpunten en schoonheidssalons groeide hard, met respectievelijk 322 en 242. Daartegenover staat dat videotheken bijna zijn verdwenen en bankkantoren flink zijn verminderd.

Wijkwinkelcentra die voor een groot deel uit winkels met dagelijkse (vers)producten bestaan, blijken het succesvolst te zijn en kampen nauwelijks met leegstand, schrijft Colliers. Dit geldt voor een derde van alle 632 wijkwinkelcentra in het land. Voorbeelden van dit soort centra zijn Keizerslanden in Deventer, Buytenwegh in Zoetermeer en Brazilië in Amsterdam, aldus de vastgoedadviseur.

Probleemgevallen, waarbij juist een groot aantal buurtwinkels leegstaat, liggen met name in de regio's Rotterdam, Eindhoven-Helmond en Heerlen. Op provinciaal niveau zijn de meeste probleemgevallen in Limburg te vinden, schrijft Colliers. Flevoland en Friesland presteren juist erg goed met nul probleemcentra.